Woekerpolisaffaire lag al op de loer

VVP 75 jaar logo Twitter

Het verwijt aan de levensverzekeraars in de woekerpolisaffaire is, dat ze veel te hoge kosten rekenden in hun beleggingsverzekeringen. Wat daar ook van waar is, beleggingspolissen zijn oorspronkelijk niet bedacht om er als verzekeraar maar zoveel mogelijk geld aan te verdienen.

Sterker, de eerste levensverzekering op basis van aandelen in Nederland, werd gelanceerd omdat de oprichters het tijd vonden voor iets nieuws. Daarbij haakten ze aan bij een discussie die inderdaad al een tijd woedde in ons land, namelijk of een dergelijke verzekering kon worden ingezet tegen de geldontwaarding. Andere levensverzekeraars waren daar niet onmiddellijk van overtuigd. De Nederlandse Vereniging ter Bevordering van het Levensverzekeringswezen, één van de voorlopers van het Verbond van Verzekeraars, reageerde op de oprichting in 1956 van de Waerdye: ‘De in Amerika geponeerde stelling dat belegging in aandelen op de lange duur bescherming biedt tegen muntontwaarding, is in dat land zelf nog geenszins aanvaard. Zelfs indien deze stelling op zou gaan voor Amerika, dan weten wij er nog niets van af of zij ook zou gelden voor Nederland, waar het vraagstuk door andere factoren wordt beheerst dan in Amerika. Integendeel, er zijn ernstige redenen om aan te nemen dat dit niet het geval is, aangezien de muntontwaarding enerzijds en het waardeverloop van aandelen anderzijds van zovele verschillende en vooral onberekenbare politieke factoren afhankelijk zijn. Wij kunnen derhalve niet anders dan uiterst gereserveerd staan tegenover de geponeerde stelling in het algemeen en tegenover de opzet van de Waerdye in het bijzonder’.

De Waerdye onderscheidde zich met een zogeheten fractieverzekering (van unit linked had in Nederland toen nog niemand gehoord). Bij de start van de onconventionele levensverzekeraar werd de waarde van de fractie gesteld op 1 gulden. Vanaf september ’58 noteerde de Waerdyefractie steeds meer dan een gulden. Toch ging de maatschappij pas vanaf ’62 echt lopen.

Abbey leven

Inmiddels begonnen de andere verzekeraars bij te draaien. Het was de tijd waarin de welvaart in Nederland met enorme sprongen toenam. Lonen stegen met ongekende percentages, de inflatie navenant. Verder niet onbelangrijk: Nederlanders begonnen geld over te houden. Het nieuwe Abbey Leven Nederland boorde deze markt eind 1967 aan met het Verzekerings Investerings Plan (VIP). In het eerste jaar van haar bestaan, draaide Abbey Leven (later Zwolsche Algemeene) al een productie van tachtig miljoen gulden en dat was heel veel geld in die tijd.

Geen wonder, zoals VVP in het laatste nummer van dat jaar constateerde, dat 1968 ‘het jaar was van de spaarplannen’. De Nillmij kwam met het Select-Plan. Drie banken en vier verzekeringsinstellingen kwamen met een gezamenlijk project onder de naam van ‘Beleggingspolis van de Zeven’, de RVS, Amstleven en de Hollandsche Sociëteit kwamen met het Rolinco Plusplan en de Nationale-Nederlanden met het AandelenZekerheids-Plan

...

in samenwerking met de Algemene Bank Nederland. Uit die tijd stamt ook een onsterfelijk geworden uitspraak van het ministerie van Financiën. Die spaarplannen moesten natuurlijk een levensverzekeringselement bevatten. Financiën kon dat element niet herkennen in het Select-Plan van de Nillmij. De VVP van 2 mei 1969 leest: ‘Doordat in het plan de uitkering bij leven (het aangegroeide depot) van andere orde was dan de uitkering bij overlijden, zag het ministerie er geen verzekering in. Men drukt dit wel uit op het ministerie door te zeggen: niet bij leven koeien en bij overlijden schapen, Wat wel mag, is bij leven koeien en bij overlijden evenveel koeien plus eventueel nog schapen’.

Pokon

In een advertentie uit ’68 gericht op verzekeringsadviseurs, schreef Abbey Leven over haar VIP: ‘Is dat niet voor uw portefeuille wat Pokon is voor uw plant? Wat denkt u, wordt het niet hoog tijd Abbey Leven even te bellen of te schrijven? Om uw portefeuille te laten méégroeien met die ene verzekeraar die korte metten maakt met de gevolgen van inflatie en ’n stokje steekt voor de geldontwaarding: Abbey Leven Nederland’. De polis werd toen dus nog steeds gepropageerd als probaat middel tegen de inflatie. Maar eigenlijk ging het inmiddels meer om een ook nog eens fiscaal begunstigd spaar-dan een verzekeringsproduct. We weten allemaal hoe die ontwikkeling is afgelopen. Was het misschien inderdaad beter geweest als de levensverzekeraars het bij vastrentende waarden hadden gehouden? Misschien ligt daar wel de bron van de woekerpolisaffaire, het afwijken hiervan. Aan de andere kant: klanten zouden, zeker in perioden van lage rente, waarschijnlijk toch zijn gaan zoeken naar andere ‘gouden bergen’.

Negen procent

Overigens liep de rente juist in de tijd dat de spaarplannen van verzekeraars verschenen sterk op! Uit de VVP van 2 april 1971: ‘Tal van jaren na de Tweede Wereldoorlog is de rentevoet in ons land op een laag peil gebleven; tot ongeveer 1963 steeg hij langzaam naar 4,5 procent. Na 1963 ging de stijging iets sneller, tot in 1968 de 6,5 procent werd bereikt. Pas daarna kwam de stijging tot de historisch nimmer vertoonde 8,5 à 9 procent in 1970. De laatste maanden zakte de rente weer naar 8 à 8,5 procent’.

Dat terwijl de levensverzekeraars een rekenrente hanteerden van vier procent. Het was toen dat de verzekeraars, onder druk gezet door politiek en consumentenorganisaties, ook bij individuele levensverzekeringen contractuele overrentedeling introduceerden (tot dat moment werd in dat segment alleen winstdeling geboden afhankelijk van het totale bedrijfsresultaat).

Afsluitprovisie

Was de woekerpolisaffaire te voorkomen geweest? Ach, het blijft mensenwerk. Maar toch wel jammer is dat de sector begin jaren 70 niet beter heeft geluisterd naar de toen net ingestelde Ombudsman Levensverzekeringen. Al in zijn eerste verslag, over de periode september 1971-februari 1972 stelt Ombudsman Erdbrink vast dat er tussenpersonen zijn die hun belang bij de afsluitprovisie laten prevaleren boven het belang van de adspirant-verzekeringnemer’. Verder schreef hij: ‘Een belangrijke post bij de kosten die een lage afkoopwaarde, vooral bij afkoop in een vroeg stadium, veroorzaakt, is de afsluitprovisie’. Toen al.

Reactie toevoegen

 
Editie
Meer over
Een diepe buiging uit dankbaarheid

Een diepe buiging uit dankbaarheid

Als VVP-team zijn we ongelooflijk blij en dankbaar dat ons 75-jarig jubileum niet ongemerkt voorbij is gegaan. Dankzij de support van een groot aantal bedrijven...

Willem Vreeswijk neemt VVP over van Vakbladen.com

Willem Vreeswijk neemt VVP over van Vakbladen.com

Hoofdredacteur Willem Vreeswijk neemt per 1 januari a.s. vakblad VVP en aanverwante uitgaven over van  uitgeverij Vakbladen.com te Den Haag. Hij gaat VVP zelfstandig...

Uit 75 jaar VVP: adequate honorering

Uit 75 jaar VVP: adequate honorering

De provisie stond ook in 1971 onder druk. Maar, betoogde NVA-voorzitter Rijk Kamerbeek voorafgaand aan de Algemene Ledenvergadering van de Adfiz-voorloper, zonder...

Uit 75 jaar VVP: invoering verplicht eigen risico

Uit 75 jaar VVP: invoering verplicht eigen risico

Uit de VVP van 21 mei 1954: "Met ingang van 1 juli aanstaande zullen alle autopremies door een belangrijk deel van de autoverzekeringsmaatschappijen (in casu de...

Uit 75 jaar VVP: een buitendienstervaring

Uit 75 jaar VVP: een buitendienstervaring

Een ingezonden brief uit de VVP van 21 mei 1954: "Dat men als buitendienstman op alle slakken geen zout kan leggen en maar weer vergeven en vergeten moet, is algemeen...

Uit 75 jaar VVP: omwenteling door Independer?

Uit 75 jaar VVP: omwenteling door Independer?

De eerste volledig onafhankelijke financiële dienstverlener in Nederland. Zo omschreef Independer zich bij de lancering in februari 2000. Al spittend in het...