Economie terug naar het hart van de school

Lans Bovenberg

Lans Bovenberg, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Tilburg, loopt al jaren rond met een bijzondere droom: hij wil het economieonderwijs op de middelbare school meer bij de tijd brengen. Met zijn benoeming op de leerstoel vernieuwing van economieonderwijs – die is ingesteld door de Goldschmeding Foundation – ziet het er naar uit dat hij zijn droom kan gaan verwezenlijken. In het visiedocument ‘hart voor economie’ zet hij zijn ideeën uiteen om het vak leuker en relevanter te maken én leerlingen meer te motiveren.

Zeker sinds de financiële crisis is er veel kritiek op de prestaties van economen en de manier waarop het vak wordt onderwezen. Vooral het onbehagen over het beperkte mensbeeld in de economie is een belangrijk vertrekpunt voor Bovenberg. “Het economieonderwijs gaat nog voor een groot deel uit van de homo economicus . Deze ‘economische mens’ is perfect rationeel, hij weet precies wat hij wil en wat hij wil doen. Ten tweede is hij individualistisch en vooral geïnteresseerd in zijn eigen materiële welvaart. In de economische wetenschap zie je de laatste twintig jaar dat er ruimte is voor een breder mensbeeld. De gedragseconomie is al vrij bekend. Als je aan pensioen denkt gelooft eigenlijk niemand meer dat mensen perfect rationeel zijn, maar dat we mensen moeten helpen om voldoende te sparen en verstandig te beleggen. Daar is de gedragseconomie al helemaal in de mainstream opgenomen. Dat is een eerste verbreding.”

Ook de experimentele economie laat zien dat mensen heel anders reageren dan volgens het beperkte mensbeeld van de individualistische mens. “Om die reden gaan we uit van een meer relationeel mensbeeld. We laten zien dat mensen anderen nodig hebben om verstandige keuzes te maken en dat mensen daar ook aan hechten. In het relationele mensbeeld speelt ethiek een belangrijke rol; dat is voor mij de kern van de economie. Het vak economie is oorspronkelijk ook voortgekomen uit moraalfilosofie. Het belangrijkste kernprincipe van goede economie is win/win: het behalen van wederzijds voordeel. Het eigen belang is belangrijk, maar ook dat van de ander. Daar moet je een zekere balans in vinden. Uit de experimentele economie blijkt ook dat mensen graag samenwerken om wederzijds voordeel te behalen. Maar ook het relationele aspect van de mens is weer begrensd.”

“Economie moet je doen”, constateert Bovenberg. Het vak leent zich voor experimenten in het klaslokaal. Hieruit blijkt onder meer dat mensen meer geneigd zijn tot samenwerking dan je zou verwachten op basis van het mensbeeld van de homo economicus. “Neem bijvoorbeeld het gevangenendilemma. Als je heel individualistisch reageert, ga je andere mensen bedotten. In het klaslokaal blijkt dat kinderen toch meer samenwerken dan je zou denken. Er zijn ook nieuwe modellen ontwikkeld die verklaren waarom mensen zo reageren. Dit heeft er vooral mee te maken dat mensen in hun ‘nutsfunctie’ niet alleen geven om hun eigenbelang maar ook hechten aan wederkerigheid. Ze willen graag goed doen voor mensen die ook goed voor hen zijn en ze zijn ook bereid daar offers voor te brengen. Andersom zijn ze ook bereid om mensen te straffen die hen kwaad doen of die andere mensen kwaad doen. Het feit dat mensen aan meer hechten dan materieel gewin noemen we sociale preferenties.”

Markt, overheid en moraal

De kernopdracht van de economie in de visie van Bovenberg is ervoor te zorgen dat de belangen van mensen zoveel mogelijk parallel lopen. “Hiervoor zijn drie coördinatiemechanismen ontwikkeld. Het eerste mechanisme, wat economen traditioneel sterk benadrukken, is de markt. Daarnaast heb je de overheid. Moraal en vriendschap zijn het derde mechanisme. Voor kinderen zijn markt, overheid en moraal vrij technische termen. Daarom gebruiken we drie andere principes: vrijheid, dwang en (vrijwillige) binding. Dit laatste komt overeen met vriendschap. Als je een vriend hebt, bind je je niet alleen om je eigen belang te behartigen maar ook dat van je vriend. Met moraal is het net zo: je bindt je vrijwillig aan bepaalde waarden en normen. Ook in de levensloop spelen deze mechanismen een rol. Kinderen komen uit de fase van de dwang; in het begin nemen ouders nog veel beslissingen voor hen. Maar als ze opgroeien gaan ze de fase van de vrijheid en het experiment in. Uiteindelijk zullen ze zich weer gaan binden in een relatie.”

Een plus een is drie

Met de ontwikkeling van een nieuwe lesmethode wil Bovenberg het vak leuker en relevanter maken voor leerlingen. Maar zijn ambitie gaat verder. Economie voedt jongeren op tot ‘goed burgerschap’, het kan hiermee één van de belangrijkste vakken in de bovenbouw worden.

“Kern van het onderwijs is jongeren te leren om verstandige keuzes te maken en verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leven. Maar ook om te leren samenwerken met andere mensen en op die manier de winst van samenwerking te boeken. Eén plus één is drie, samen kun je meer dan alleen. Dat is voor de meeste niet-economen een wonder. Veel ‘leken’ denken dat de economie en het leven eigenlijk een ‘nulsomspel’ zijn: wat de een krijgt, gaat ten koste van de ander. Maar doordat ik iets voor jou doe en jij iets voor mij, kunnen we allebei winnen en kunnen we de koek groter maken. Dat is een heel diep inzicht. Als je dat inziet zijn andere mensen ook geen bedreiging, maar een kans om samen meer te bereiken.”

Eén plus één is drie, maar samenwerken gaat niet vanzelf. “Ook dat heeft te maken met begrensde rationaliteit en beperkte moraliteit. We denken niet vanzelf aan andere mensen maar net iets meer aan ons eigen belang. Economie is voor mij het hart van het onderwijs, omdat het gaat om verstandig leren kiezen en goed samenwerken. Dit zijn ook de twee fundamenten van het onderwijs die de commissie-Schnabel (Platform 2032, LK) benadrukt. De school krijgt een rol bij het opvoeden tot zelfredzaamheid. In onze relationele economie worden samenwerken en het trainen van sociale vaardigheden steeds belangrijker. Het gebeurt al steeds meer dat kinderen in teams aan gezamenlijke projecten werken. Eigenlijk leren ze daarmee al economie: samenwerken en verstandig kiezen. Iedereen is econoom, ook al besef je het niet.”

“De economie geeft mensen een bril om het sociale leven te begrijpen en te verbeteren”, schrijft Bovenberg. “Inderdaad, dat is het doel van de economie. Ik hoop dat leerlingen via dit onderwijs beter begrijpen hoe de wereld werkt en waarom er bijvoorbeeld bedrijven zijn. Daarnaast hoop ik dat ze beter worden in het participeren in het sociale leven en een intrinsieke motivatie ontwikkelen om de wereld te verbeteren.”

Bovenberg wil waken voor scepticisme. “Het is de dood in de pot voor kinderen om hun te vertellen dat de wereld alleen maar slechter wordt. Aan de andere kant strijd ik ook tegen utopisme. Ik denk dat het goed is dat kinderen zich realiseren dat ze de wereld beter kunnen maken, maar dat hun kinderen het altijd nóg weer beter kunnen doen. Het is de paradox van het leven: de wereld is te verbeteren, maar de ideale wereld zullen we nooit bereiken. Aristoteles zei het al: juist de imperfecties maken het leven zo interessant.”

Respect en waardering

Met de nieuwe lesmethode wil Bovenberg leraren een instrument aanreiken waarmee ze weer respect en waardering kunnen verwerven. Daar schort het nu weleens aan. “Ik denk dat de reputatie van het leraarsvak beter kan. Daarom willen we het economievak ook boeiender maken door docenten de gelegenheid te bieden zich voortdurend te ontwikkelen. Meestal zijn ze nu bezig met het doceren van old school economics . Door ze kennis te laten maken met nieuwe inzichten als gedragseconomie en sociale preferenties, wordt het vak ook leuker voor docenten. Nu is het economieonderwijs voor leerlingen nog een ‘ver van hun bed’-show, maar als ze merken dat het gaat over hun leven, over de keuzes die ze nu maken en over de relaties die ze nu al hebben – met familieleden, vriendjes, op de sportclub – krijgen ze meer interesse in de lesstof.”

Bovenberg stemt in met staatssecretaris Dekker die onlangs zei dat we de beste mensen moeten verleiden om voor het onderwijs te kiezen. “We willen ook de lerarenopleiding gaan vernieuwen. Ik werk nu aan een leerboek voor leraren dat ook voor nascholing kan worden gebruikt. Met een betere lerarenopleiding wordt het ook aantrekkelijker voor de wat slimmere mensen om economie te gaan studeren en om te kiezen voor het leraarsberoep. Daarnaast ontwikkelen we een excellentieprogramma in de vorm van een Econasium om ervoor te zorgen dat slimmere leerlingen – die nu vaak Natuur & Techniek kiezen – zich ook voor sociale problemen gaan interesseren.”

Blessing in disguise

De kredietcrisis is een voorbeeld van een relationele crisis op grote schaal en was aanleiding tot veel soul searching onder economen. “Dit lesprogramma is daar ook een uitkomst van. In die zin was de crisis een blessing in disguise . Het heeft geleid tot een bredere visie op de economie en de rol van de financiële sector. De macro-economische blik is ook een belangrijke kant die we willen uitbouwen. Dat kun je mooi verbinden met de notie van begrensde rationaliteit en het sociale karakter van de mens. Dan kom je op het gedachtegoed van Keynes die al veel oog had voor het kuddegedrag van mensen, de zogenoemde animal spirits . Het ‘sociale’ klinkt heel warm en positief, maar er is ook een schaduwzijde. Mensen kijken heel erg naar elkaar om te weten wat ze het beste kunnen doen en dat leidt tot instabiliteit in de economie. Ook op de financiële markten zijn er tijden dat de bomen tot in de hemel lijken te groeien, maar op een gegeven moment gebeurt er iets waardoor er angst ontstaat en krijg je een neerwaartse spiraal. Juist doordat hij begrensd rationeel is, weet de mens eigenlijk niet hoe de wereld in elkaar zit en kijkt hij vooral naar anderen. Dat leidt tot zeepbellen op de financiële markten.

“Anders handelen dan de meute – dus verschil maken – is eigenlijk heel positief. Dat wil ik ook benadrukken. Voor kinderen is dit vaak moeilijk te begrijpen omdat ze erg bloot staan aan sociale druk. Wanneer ben je waardevol voor mij? Als je anders bent dan ik. Dan heb je mij veel te bieden en heb ik jou veel te bieden (wederkerigheid). Het geheim achter één plus één is drie is vooral de waarde van verschil. Verschil is niet alleen heel waardevol, maar het maakt samenwerking ook heel moeilijk omdat het een uitdaging is anderen te begrijpen en je in hen in te leven.

“We wijzen leerlingen op het verschil tussen een transactie en een relatie. De makkelijke dingen in het leven kun je via transacties regelen. Maar de moeilijke dingen, met veel asymmetrische informatie en waarvoor veel vertrouwen nodig is, wil je liever via een relatie regelen. Daarvoor moet je duurzaam met elkaar verbonden zijn (denk aan een huwelijk), je hebt er een lange termijn relatie voor nodig en een niet anonieme relatie (je moet elkaar heel goed kennen).”

Niet alleen moraal

Ook in een ander opzicht was de kredietcrisis een kantelpunt, zegt Bovenberg. “Een goede samenleving kent een balans tussen markt, overheid en moraal. In de jaren zeventig lag er te veel nadruk op de overheid. In de jaren tachtig en negentig volgde de correctie, maar op een gegeven moment was de markt alles. Door de financiële crisis gaan we relaties en moraal weer meer benadrukken. Maar het gaat om de balans tussen de drie. Eigenlijk is het een ongelooflijk wonder dat we via de markt kunnen samenwerken met mensen in China en Zuid-Amerika. Dat de schaal van menselijke samenwerking zo is uitgebreid door de globalisering, is alleen maar positief. Maar daarnaast is het ook belangrijk om een sterke overheid en allerlei samenwerkingsverbanden op kleine menselijke schaal te hebben. Het is niet het een of het ander, het is en/en.”

‘Economie geeft mensen een bril om het sociale leven te begrijpen en te verbeteren’

Reactie toevoegen

 
Lees meer over
Persoonlijk pensioen

Persoonlijk pensioen

De politieke partijen die aan de formatietafel zitten willen alle vier naar een vorm van ‘persoonlijk’ pensioensparen. Ook de SER koerst naar een nieuw...