Er is ongelooflijk veel veranderd

In de media wordt Marcel Canoy vaak opgevoerd als ‘zorgeconoom’, maar hij ziet zich vooral als ‘generalist’. Met hetzelfde enthousiasme spreekt hij over de trans-formatie van de financiële sector, de zegeningen van het Nederlandse zorgstelsel en zijn pleidooi voor een brede visie op economiebeoefening. “al deze onderwerpen komen voor mij samen. Ik zie ze niet los van elkaar.”

In juni werd bekend dat Rabobank Canoy de ruimte geeft om ‘antropologisch’ onderzoek te doen bij de bank naar de invloed van de financiële crisis op het bankwezen. Bij veel mensen leeft de indruk dat er sinds de val van Lehman Brothers niets is veranderd in de sector. Het vertrouwen in banken is nog beneden peil, de old boys van de Nederlandse schaduwelite zorgen goed voor elkaar en als puntje bij paaltje komt moet de belastingbetaler opdraaien voor de brokken van omvallende banken. “Zeker dat laatste is niet waar”, zegt Canoy. “In een aantal Europese landen is de ‘bail in’-aanpak inmiddels succesvol toegepast.”

Canoy wil niet speculeren over de uitkomsten van zijn onderzoek bij Rabobank, dat nog in de kinderschoenen staat. “Maar”, zegt hij, “het is volkomen onjuist dat er niets is veranderd. Er is ongelooflijk veel veranderd. Niet alleen bij Rabo, maar ook bij ABN Amro, ING en

‘Hoe kan je een boek over het bankwezen schrijven zonder het over cultuur te hebben?’

hun pendanten in het buitenland. Alleen is dat niet zo goed zichtbaar. Een van mijn opdrachten aan mezelf is juist om dat zichtbaar te maken. Het wordt zeker geen ‘goed nieuws’-show in de trant van ‘kijk die banken eens goed bezig zijn’. Ik wil letterlijk laten zien wát er is veranderd, wat er níet is veranderd, waarom het zo moeilijk is om bepaalde dingen te veranderen en hoe het komt dat bepaald gedrag periodiek terugkomt. Maar van het idee dat we in hetzelfde kwadrant zitten als tien jaar geleden, kan ik nu al met zekerheid van zeggen dat dat beslist niet waar is.”

Voor het onderzoek bij Rabobank heeft Canoy speciaal tijd vrijgemaakt naast zijn werk bij de Autoriteit Consument en Markt en andere activiteiten (op dit moment is hij onder meer columnist bij vakbladen als Medisch Contact en Zorgvisie). “Als ik denk dat ik een goed idee heb, wil ik het ook kunnen uitvoeren”, zegt hij. “Ik ben een brutale Amsterdammer. Soms werkt dat tegen mij en soms vóór mij.”

Anti-populist

In dit geval klopte Canoy aan bij Chris Buijink, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken. “De banken doen hun deuren niet open. Dat is dom want het is een hele belangrijke sector in onze economie. We horen nu alleen over de banken als er weer een schandaal opduikt. Iedereen denkt dat Luyendijks beschrijving van het bankwezen typerend is voor het gehele bankwezen. Ik denk dat dat niet zo is. Als banken zelf hier iets over zeggen wordt dat altijd gezien als verdacht. Hoe moeten we dan een realistisch beeld krijgen?”, zei hij tegen Buijink.

Marcel Canoy:  ‘Ik ben een  anti-populist.’

“Laat mij maar eens los op een bank. Ik ben weliswaar columnist, maar ik sta bekend als anti-populist en ik ben niet vooringenomen. Ik ben gewoon nieuwsgierig en ik wil weten hoe het zit. Als blijkt dat er dingen gebeuren die volgens mij niet kloppen, dan schrijf ik dat op. Niet om de verkoop van mijn boek te stimuleren of de voorpagina van een krant te halen, want dat interesseert me geen bal.”

Het pleitte voor Canoy dat hij al een bescheiden ‘track record’ heeft als antropologisch onderzoeker. Zo schreef hij in 2015 voor het FD een serie van vijf artikelen over het Admiraal De Ruyter Ziekenhuis in Goes en Vlissingen. Vorig jaar liep hij (samen met staatssecretaris Martin van Rijn) een dag mee met de bewoners en verplegers van zorginstelling Hogewey in Weesp, een verpleeghuis voor demente ouderen (dit artikel is ook te vinden in het FD, LK). “Wat zegt mij wat ik hier aantref op de werkvloer over de toekomst van de zorg, vroeg ik mij af. In beide gevallen waren er geen voorwaarden vooraf. En wat blijkt? Mensen vinden het prettig om met iemand te praten zonder dat hij een vooropgezet doel heeft wat daar uit moet komen. Aan de verhalen die ik heb geschreven is geen letter veranderd.”

Canoy had dus twee ‘cases’ die hij aan de banken kon laten zien. “Ze konden zien dat dit een interessant discours oplevert.” Buijink vond het een goed idee en bracht hem in contact met de Rabobank. “Mijn geluk was dat ceo Wiebe Draijer geen bankier is. Hij komt van McKinsey en vindt dit soort projecten interessant. Hij wil allerlei dingen veranderen in die bank, maar ziet dat dat moeilijk is. Een externe spiegel kan hierbij een duwtje zijn. Naast Leendert Bikker (directeur Communicatie, LK) en de woordvoerder is Draijer de ambassadeur van het project. Overal waar ze komen zeggen ze: praat maar met Canoy en zeg wat je wil zeggen, wij geloven in dit project. Na een dertigtal gesprekken merk ik dat mensen het prettig vinden dat ze een keer met iemand kunnen praten en dat de context waarin ze hun uitspraken doen een plaats krijgt. En dat ze niet aan elke quote kunnen worden opgehangen.”

Dilemma’s

"Iedereen die bij banken werkt, snapt waarom het toezicht is uitgebreid. Op abstract niveau zijn ze daar ook blij mee. Ze vinden ook dat de wereld van het gebrekkige toezicht niet de gewenste wereld is. Tegelijkertijd merk je dat toezicht ook een keerzijde heeft. Waar ligt de balans? Ook die vraag is onderdeel van dit project.” “Een van de leukste onderdelen van het project is om met een lokale vertegenwoordiger van de bank naar een agrarisch bedrijf te gaan dat in financiële moeilijkheden is gekomen. Hoe gaat de bank daar mee om? In zo’n casus komen verschillende dilemma’s terug.”

Canoy realiseert zich dat hij voor zijn onderzoek niet alleen met Rabo-mensen moet praten. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen spreekt hij ook met toezichthouders en met klanten en ex-medewerkers van de Rabobank. Een gesprek met Joris Luyendijk gaat binnenkort plaatsvinden. “Zijn boek heeft een vrij populistische titel. Op basis van de debatten na afloop van zijn lezingen vind ik het terecht dat hij beticht wordt van vooringenomenheid. Daardoor komt hij ook niet binnen bij Nederlandse banken. Hij is daar boos en verdrietig over. Maar ik snap het wel. Je kunt je ook afvragen of het slim is om over de zelfkant van de sector te schrijven en dan vervolgens te doen of het in de hele sector zo toegaat.”

Met de analyse van de WRR over de dominantie van de financiële sector en de kwalijke kanten van de ‘financialisering’ is Canoy het grotendeels eens. Op één belangrijk punt slaat hoofdauteur Arnoud Boot de plank zijns inziens echter volledig mis. “De cultuur bij banken doet er volgens Boot niet toe, want ook buiten de financiële sector – onder meer bij semi-publieke organisaties – zou je hetzelfde gedrag aantreffen. Dat is een erg vreemd argument: het gaat over gedrag dat kennelijk in ons allemaal zit, dus we hoeven het niet over cultuur te hebben. Terwijl in mijn ogen cultuur juist fundamenteel is in dit debat. Bij Rabobank zouden ze ook verbijsterd zijn als ik het onderwerp zou laten liggen. Hoe kan je nu een boek over het bankwezen schrijven zonder het over cultuur te hebben? Dat bestaat toch niet?”

Markt, overheid en moraal

Canoy is betrokken bij het ontwikkelen van een nieuwe economiemethode voor het middelbaar onderwijs (het project onder leiding van Lans Bovenberg, zie ook VVP 2/2016). Hierin staat een brede visie op economiebeoefening centraal. In plaats van de gebruikelijke tegenstelling tussen markt en overheid hanteren de auteurs drie ‘coördinatiemechanismen’ in het economisch leven: markt, overheid en moraal.

In economische debatten vanaf de jaren negentig ging het fel toe. Je was aanhanger van ‘de markt’ of van ‘de overheid’. “Als ons gedachtengoed iets toevoegt is het juist dat we weg willen blijven van die dichotomie”, aldus Canoy. “Ik zeg wel eens schertsend tijdens proeflessen: doe mij maar een economisch probleem, je zult altijd zien dat de markt, de overheid én de moraal alle drie een functie hebben om de situatie te verbeteren. Je kan me geen problemen voorschotelen waarbij de markt dé oplossing is en waarbij je overheid en moraal niet nodig hebt. Als mensen hun moraal moeten uitschakelen en de overheid geen enkele functie heeft, leidt dat niet tot een wenselijke uitkomst. Zelfs in een overheidssector als defensie hebben de markt en de moraal een belangrijke functie.”

“Het voordeel van deze drie-eenheid is dat de mechanismen elkaar aanvullen. Mijn ideale voorbeeld: stel je hebt een probleem en je vertrouwt de markt niet helemaal. Dan kun je een hele batterij overheidsregulering in stelling brengen. Dan denken de mensen: als ik het lijstje van de overheid afvink, gedraag ik me goed. Maar daarmee kom je in een rare wereld terecht waarin mensen denken dat het afvinken van een lijstje tot goed gedrag leidt. Terwijl we natuurlijk ook ons eigen morele kompas moeten volgen en moeten zeggen: ‘Wacht eens, ik mag dit kennelijk wel doen, maar moet ik het ook willen? Draagt het bij tot duurzame welvaart? Misschien kan ik er op korte termijn winst mee maken maar kan ik er op langere termijn ook mijn reputatie mee overeind houden?’ Op het moment dat je de trits markt, overheid en moraal gebruikt krijg je een rijker discours. Daar zit voor mij de belangrijkste winst.”

Zonden en zegeningen

De zorg is een prachtige sector om de werking van de drie coördinatiemechanismen aan te illustreren. “Daar zie je de rol van moraal steeds opduiken. En terecht! Er spelen ontzettend veel morele problemen in de zorg. In mijn publicaties zet ik me regelmatig af tegen mensen die denken dat de zorg één grote markttoestand is. Als je al kan spreken van ondernemen in de zorg, is het ondernemen met twee handen op de rug. Daar kun je sowieso niet veel moois van verwachten.”

Vorig jaar schreef Canoy een tweeluik naar aanleiding van het tienjarig jubileum van het ‘nieuwe’ zorgstelsel. De beschouwing viel uiteen in ‘zeven zonden’ en ‘zeven zegeningen’ van tien jaar marktordening in de zorg. Hoewel er nog veel valt aan te merken op het Nederlandse zorgstelsel, komen er ook hele mooie dingen tot stand. Er is een werkbare scheiding gekomen tussen onverzekerbare en verzekerbare langdurige zorg. Het preferentiebeleid bij geneesmiddelen levert geld op. De transparantie is vergroot. De wachttijden en -lijsten zijn verbeterd. Tot verbazing van velen is de zorg toegankelijker geworden. En zelfs innovatie lukt onder dit zorgstelsel.

Voor degenen die deze ‘zegeningen’ nog niet voldoende vinden, heeft Canoy echter slecht nieuws: het ideale

‘Ik ben een brutale Amsterdammer, laat mij maar eens los op een bank’

zorgstelsel bestaat niet. “De zorg is de enige sector waar een structurele druk is om meer uit te geven. Dat zie je niet bij onderwijs en zelfs niet bij defensie. Er is daar geen autonome druk door techniek, vergrijzing en door het feit dat meer altijd beter lijkt. Wil je de betaalbaarheid, kwaliteit van zorg en toegankelijkheid met elkaar combineren in een sector die de druk voelt om steeds maar groter te worden, dan sta je voor een echte Sisy-phusarbeid. Wij proberen het met een privaat systeem waarin zorgverzekeraars een sterke rol hebben. Die slagen er in een aantal opzichten heel aardig in om die rol waar te maken. Omdat het ideale stelsel niet bestaat, zijn er altijd dingen te wensen. Ik wil dit zeker niet bagatelliseren, want er gaat ook een aantal dingen niet goed.

“Als we ons met het buitenland vergelijken, blijken we een heel toegankelijk systeem te hebben. Over de betaalbaarheid kun je twisten, maar toegankelijk is het zeker. Ik ben zoals gezegd een anti-populist. Daarom neem ik het altijd op tegen de SP die maar roeptoetert dat de zorg geen markt is en dat eigen risico’s en eigen betalingen asociaal zijn. Je mag er allemaal wat van vinden. Maar ga als oudere maar in Duitsland wonen. Daar ben je een hele hoop geld kwijt, hoor. We realiseren ons echt niet hoe rijk we in dit opzicht zijn. Wat wij aan ouderenzorg uitgeven komt deels doordat wij er meer voor over blijken te hebben dan andere landen.”

Over het SP-voorstel om het eigen risico af te schaffen is Canoy evenmin te spreken. “Het eigen risico is onhandig vormgegeven waardoor het sommige mensen op de verkeerde momenten onevenredig belast. Het stoort me dat partijen hierop inzetten, terwijl er zoveel zaken zijn die belangrijker zijn in de zorg. Het bekt makkelijk. Een belastingverlaging vinden mensen ook prachtig. Een systeem van eigen bijdragen per behandeling zou een redelijk compromis zijn. De partijen die nu in het Catshuis onderhandelen willen het eigen risico niet afschaffen, maar misschien willen ze wel een gebaar maken in deze richting. Dat zou niet onhandig zijn.”

Reactie toevoegen

 
Lees meer over
Rabobank brengt invloed crisis in kaart

Rabobank brengt invloed crisis in kaart

Rabobank gaat econoom Marcel Canoy de ruimte geven om antropologisch onderzoek te doen bij de bank naar de invloed van de crisis op het bankwezen. Het onderzoek...

Economisch antropologisch onderzoek bij Rabobank

Economisch antropologisch onderzoek bij Rabobank

Econoom Marcel Canoy gaat economisch antropologisch onderzoek doen bij de Rabobank. Canoy vraagt zich af wat er nu precies is veranderd sinds de financiële...