Oud contract niet té letterlijk nemen

Kifid 2017 (deel logo)

LEVEN - De eisen die aan een uitvaart worden gesteld, veranderen in de loop der tijd. Een treffend voorbeeld hiervan is te vinden in deze klacht. In 1949 wordt een uitvaartverzekering afgesloten. Verzekerd wordt een ‘uiterst verzorgde begrafenis’. Op de polis staat geen maximaal verzekerd bedrag, maar wel het type diensten die in het kader van de begrafenis door de verzekeraar in natura worden geleverd.

De verzekerde komt te overlijden en wordt vervolgens gecremeerd. De nabestaanden ontvangen hierna een forse nota voor de kosten die wel ter zake de uitvaart zijn gemaakt, maar die naar het oordeel van de verzekeraar niet onder de in 1949 beschreven dekkingsonderdelen vallen. Discussie ontstaat over onder meer de volgende twee posten.

  • De (op grond van milieueisen verplichte) verwijdering van de pacemaker van de overledene weigert de verzekeraar uit te keren omdat deze niet valt onder de wel verzekerde dienst ‘opbaren’, maar onder de niet verzekerde dienst ‘verzorging van de overledene’. De geschillencommissie deelt dit standpunt van de verzekeraar.
  • De verzekeraar weigert de kosten van de crematie te vergoeden. Dit met als argument dat verzekerd is een begrafenis. Naar het oordeel van deze verzekeraar is een begrafenis iets anders dan een crematie. De verzekeraar wil daarom wel de grafrechten vergoeden maar niet de kosten van ‘asbestemming’..

De geschillencommissie is echter van oordeel dat in deze tijd met het begrip begrafenis ook een crematie kan worden bedoeld. De verzekeraar moet deze kosten vergoeden. De geschillencommissie komt tot deze afwegingen op grond van een eerdere uitspraak van de Hoge Raad uit 1981 (Haviltex). Kern van de uitkomst van dit arrest is, dat - indien een verzekeringsovereenkomst (uit het verre verleden) onduidelijkheden bevat voor het antwoord op de vraag wat de verplichtingen van de verzekeraar zijn - deze vraag niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract.

Voor de beantwoording van die vraag komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. - Uitspraak 2018-530

 

Reactie toevoegen

 
Lees meer over
Kifid: Bleukens moet concurrent 238 euro terugbetalen

Kifid: Bleukens moet concurrent 238 euro terugbetalen

Bleukens Verzekeringen moet een consument 238 euro terugbetalen. Dit omdat een nota in het kader van een Beleggingsverzekering niet terecht zou zijn, aldus de niet...

Oud contract niet té letterlijk nemen

Oud contract niet té letterlijk nemen

LEREN VAN KIFID-UITSPRAKEN, LEVEN. UIT VVP 6, OKTOBER 2018 De eisen die aan een uitvaart worden gesteld, veranderen in de loop der tijd. Een treffend voorbeeld...

Kifid zet nieuwe stap in klachtenbehandeling woekerpolissen

Kifid zet nieuwe stap in klachtenbehandeling woekerpolissen

Na clustering van klachten over beleggingsverzekeringen gaat Kifid nu aan de slag met klachten waarvoor een oplossing via bemiddeling mogelijk lijkt. Voor enkele...

Bank hoeft niet te lenen voor aflossing

Bank hoeft niet te lenen voor aflossing

HYPOTHEKEN – In 2014 sluit de consument een hypotheek voor 395.000 euro bij de geldverstrekker waarbij de rente voor twintig jaar is vastgesteld op 4,3 procent....

Overeenkomst gaat boven online info

Overeenkomst gaat boven online info

HYPOTHEKEN – De consument heeft een hypothecaire geldlening bij een geldverstrekker afgesloten. In de offerte en de voorwaarden van deze lening is opgenomen,...

Alleen zorgplicht voor opdrachtgever

Alleen zorgplicht voor opdrachtgever

LEVEN - De eigenaresse van een woning sluit in 2011 op haar zeventigste een hypotheek op haar woning die op dat moment een forse overwaarde heeft. Van de lening...