Radicale economen

Job Swank

In het debat over het economisch beleid doen sommige hoogleraren economie wel heel stellige uitspraken over de keuzes van de overheid, constateert DNB-directeur Job Swank. Hij maakt zich zorgen over de ‘verharding’ van het debat. Veel economen nemen inderdaad geen blad voor de mond.

Swank noemde uiteraard geen namen, maar het is zonneklaar dat hij vooral doelt op uitspraken van hoogleraren als Bas Jacobs en Coen Teulings, die met grote stelligheid beweren dat de overheid in Nederland de afgelopen jaren veel minder accent had moeten leggen op het terugdringen van het begrotingstekort. Dit zou ten koste zijn gegaan van de groei. “Economie is geen exacte wetenschap”, zegt Swank. “Je moet de modellen niet als dé werkelijkheid gaan zien.”

Geldschepping

Radicale economen zijn er in diverse gradaties. Je hebt bijvoorbeeld Ewald Engelen die zelden op een niet-radicale uitspraak is te betrappen. Aan de andere kant van het spectrum vind je een doorgaans behoedzaam formulerende econoom als Arnoud Boot. Nu hij afgelopen najaar zijn spraakmakende WRR-rapport ‘Samenleving en financiële sector in evenwicht’ (de titel is nogal slapjes, LK) publiceerde, laat Boot weer vaker van zich horen.

In FS Update (een kwartaaluitgave van KPMG) wordt Boot gevraagd of we de geldschepping niet beter aan de staat kunnen overlaten nu het vertrouwen in het geldstelsel grotendeels is verdwenen. “Nee, niet per se. Kredietverlening moet hoe dan ook privaat blijven, anders krijg je staatskapitalisme. Het is beter om te onderzoeken op welke punten we het huidige monetaire systeem kunnen verbeteren. Denk ook niet dat de ambtenaren op het ministerie van Financiën of bij DNB nu zo ontzettend veel kennis hebben van ons geldstelsel; en dat is ook wel logisch, want waarom zou je je verdiepen in iets dat altijd zo vanzelfsprekend is geweest? We moeten accepteren dat ons financieel stelsel voorlopig niet stabiel zal worden.”

Goede voornemens

“Als een vakgebied ook goede voornemens kan hebben, dan zou de economie zich moeten voornemen in 2017 weer politieke economie te worden. Een wetenschap die niet alleen gaat over de vraag of beleid werkt, maar ook voor wie het werkt. Alleen zo kunnen we de verwarring het hoofd bieden.” Dit schrijft Dirk Bezemer in zijn januaricolumn in De Groene. De Groningse econoom ontpopt zich steeds meer als een scherp commentator met oog voor de noden van de economische achterblijvers en cultureel ontheemden.

“In een realistische, politieke economie is verdeling net zo belangrijk als efficiëntie", aldus Bezemer. "In zo’n analyse wordt erkend dat de maatschappij uit groepen, niet slechts uit individuen bestaat. Dat groepen met ideologieën leven, dat ze sociale context en groepsidentiteit bieden, en dat het verlies daarvan echt iets kost. We ervaren dat nu, maar hebben er geen discours voor. Groepsbelang bestaat. Wat goed was voor banken was niet per se goed voor andere bedrijven, of voor ‘de’ economie – want die bestaat niet, er zijn slechts groepen binnen de economie. We weten het nu, maar wanneer gaan we vragen rond identiteit en verdeling serieus nemen?”

Keynes maakte ooit een onderscheid tussen finan-cieel en industrieel kapitalisme. Vreemd dat je daar niets over hoort in Den Haag, vindt Bezemer. “Wanneer denken we niet meer over de BV Nederland maar over Nederlanders?”

Reactie toevoegen

 
Lees meer over