Afm: nieuwe wetgeving herstelt vertrouwen niet

Merel van Vroonhoven AFM

"Het herstel van vertrouwen en de stappen naar een eerlijke en veilige financiële sector moeten op basis van de huidige normen voort kunnen komen uit de intrinsieke motivatie van de sector om te handelen in het belang van hun kianten, met oog voor de eisen die de maatschappij stelt aan de sector." Dit schrijft AFM-voorzitter Merel van Vroonhoven in de Wetgevingsbrief 2014. "Voor het herstel van vertrouwen is nieuwe wetgeving niet nodig."

De verschillende sectoren onder het AFM-toezicht hebben de afgelopen jaren een grote stroom regels te verwerken gekregen, constateert Van Vroonhoven. "Wat ons betreft zal de nadruk in ons toezicht moeten komen te liggen bij de juiste naleving van bestaande wet- en regelgeving en het bevorderen van intrinsieke motivatie van de financiële sector. "Dit alles zodat het belang van de kiant centraal komt te staan en het vertrouwen in een eerlijke en veilige financiële sector kan worden hersteld", schrijft zij in de brief gericht aan minister Dijsselbloem van Financiën.

De duurzame verankering van bestaande normen in de cultuur van ondernemingen heeft prioriteit, aldus de AFM-voorzitter. "Marktpartijen zeif staan voor de uitdaging om een duurzame cultuuromslag binnen hun onderneming tot stand te brengen en om hun bedrijfsmodellen aan te passen aan steeds veranderende wet- en regelgeving en marktomstandigheden." Van Vroonhoven wijst hierbij op de gevolgen van het provisieverbod voor aanbieders van en bemiddelaars in financiële producten. "Onafhankelijke adviseurs en directe aanbieders hebben grote inspanningen geleverd om hun bedrijfsvoering aan te passen en de veranderende relatie met de kiant vorm te geven. Voorts moeten banken en verzekeraars voldoen aan de nieuwe eisen rondom het  productontwikkelingsproces en maken zij slagen het klantbelang daarin te verankeren. De AFM is voortdurend in gesprek met deze marktpartijen over hoe zij de nieuwe regels op een goede manier kunnen toepassen en het vertrouwen kunnen herstellen."

 

Zorgen over private lease

In de Wetgevingsbrief wijst de AFM onder meer op de risico's van private lease (die onder meer bij verkoop van auto's wordt toegepast). "Er zijn aanbieders die deze vorm van kredietverlening toepassen wanneer een consument niet in aanmerking komt voor regulier consumptief krediet. Bij private lease genieten consumenten niet hetzelfde bescherrningsniveau als bij consumptief krediet, terwiji ze wel vergelijkbare risico’s kunnen lopen." De AFM kan niet tegen private lease optreden als de consument na afloop van de leaseperiode geen eigenaar van de auto wordt, omdat deze vorm van kredietverlening niet onder de Wft valt. "Zo is er geen maximering van de kredietvergoeding en zijn er geen transparantievereisten. Hierbij bestaat het risico op overkreditering. Bovendien wordt het gelijke speelveld verstoord ten nadele van verstrekkers van regulier consumptief krediet."

De AFM onderzoekt op dit moment de markt voor private lease en overlegt met Financiën over de wenselijkheid van aanpassing van de regelgeving. Behalve om de Wft gaat het hierbij ook om het Burgerlijk Wetboek.