Kritiek op wetsvoorstel blijft

Euro's via Pixabay 2018

Voor de Pensioenfederatie is nog steeds niet helder wat de noodzaak en toegevoegde waarde is van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019. De Pensioenfederatie heeft zich eerder kritisch uitgelaten over het oorspronkelijke wetsvoorstel. "Wij vinden nog steeds dat sinds het vervallen van de overheidsbijdrage aan het toezicht de parlementaire controle op toezichtkosten een belangrijke vorm van countervailing power vormt om stijgende toezichtkosten te beteugelen. Die controle dient niet te worden beperkt."

De Pensioenfederatie reageert op de beantwoording vrijdag door minister Hoekstra van de kritische vragen van de Tweede Kamer over het kostenkader 2017 en de begroting 2018 van AFM en DNB.

De vragen betreffen echter niet de grootste kritiek vanuit de financiële sector, die graag zou zien dat de overheid weer een deel van de toezichtskosten voor haar rekening neemt en vindt dat de invloed van de Tweede Kamer groter moet. De antwoorden bieden wat dit betreft geen nieuwe inzichten. Ook verder doen ze dat eigenlijk niet.

Een nieuwtje in de antwoorden is wel dat de eenmalige kostenoverschrijding door de AFM in 2017 niet zoals verwacht 0,9 miljoen maar 0,8 miljoen euro bedraagt. De overschrijding komt vooral door onvoorziene extra kosten als gevolg van de overstap naar een andere pensioenregeling.

De minister licht toe: "De verkenning van de AFM (als werkgever) naar de toekomstige uitvoering van de pensioenregeling in 2016 heeft in 2017 geleid tot een Europese aanbesteding met als doel de pensioenuitvoering onder te brengen bij een Algemeen Pensioenfonds (APF). Met de overstap naar een APF wil de AFM een meer robuuste, meer kostenefficiënte en daardoor ook beter uitlegbare uitvoering van de AFM-pensioenregeling realiseren. Bij het wisselen van pensioenuitvoerder, van een eigen pensioenfonds naar een APF ging het om een bijzonder project, omdat het een Europese aanbesteding betrof en de Europese aanbesteding van een APF met meerdere onderhandelingsrondes was nog niet eerder vertoond in Nederland. Dit bleek complexer dan gedacht. De externe pensioenadviseur en het Pensioenfonds AFM hebben een kosteninschatting gemaakt op het moment dat de Europese aanbesteding nog niet was opgestart en alleen de hoofdelementen van de overstap bekend waren. De begroting moest worden bijgesteld door de storting van het initieel kapitaal, de transitiekosten van de beleggingsportefeuille en hogere project- en liquidatiekosten. Ook zijn andere onvoorziene kosten opgetreden, zoals extra juridische kosten in verband met de Europese aanbesteding. Met deze aanbesteding wordt in de toekomst een jaarlijkse besparing gerealiseerd op de pensioenlasten."

Bijdrage adviseurs en bemiddelaars proportioneel

De leden van de SP-fractie vroegen of de minister de bijdrage van adviseurs en bemiddelaars het afgelopen jaar proportioneel vindt. "Zegt dit mogelijk iets over het interne kennisniveau van de toezichthouders?"

De minister gaat op deze laatste vraag niet in. Wel schrijft hij de bijdrage proportioneel te vinden: "Het uitgangspunt van de bekostiging van het financieel toezicht is dat deze gedragen worden door de ondernemingen die onder het toezicht van de AFM en DNB staan. De totale kosten voor het doorlopend toezicht worden hiertoe via procentuele aandelen verdeeld over 16 verschillende groepen ondernemingen. Elke groep van ondernemingen draagt op deze wijze haar eigen toezichtkosten. Deze aandelen per groep staan in beginsel voor een periode van vijf jaar vast en representeren de toezichtinspanning over deze periode. Dit procentuele aandeel is voor de groep adviseurs en bemiddelaars over de periode 2015 tot en met 2018 wettelijk vastgesteld op 21,2 procent. Binnen elke groep worden de toezichtkosten verdeeld over alle ondernemingen binnen deze groep. Voor de groep adviseurs en bemiddelaars worden de toezichtkosten verdeeld naar omvang van het aantal medewerkers bij de onderneming. De toezichtkosten van een adviseur en bemiddelaar met één medewerker bedraagt in 2017 1.298,11 euro. Voor elke extra fte tot 20 fte wordt 378,11 euro in rekening gebracht. Boven de 20 fte gelden lagere tarieven per fte. Door deze tariefberekening is rekening gehouden met het uitgangspunt van proportionaliteit. Ze representeren de werkelijke toezichtinspanning en -kosten. In 2015 zijn de kleine adviseurs en bemiddelaars iets ontzien bij de tariefstijgingen als gevolg van het wegvallen van de overheidsbijdrage door het basisbedrag niet te verhogen."

Overigens gaat de bijdrage van de adviseurs en bemiddelaars aan de kosten van het toezicht na 2018 omlaag van 21,2 procent naar 14,4 procent van het totaal.

 

 

 

Reactie toevoegen

 
Lees meer over