Verzekeraar de gebeten hond in uitspraak kifid

Hond TB

Hoeveel is een dier waard? Meer dan de verzekeraar in kwestie aanvankelijk wilde uitkeren, blijkt uit een uitspraak van de Geschillemcommissie Financiële Dienstverlening.

Het betreft een AVP. "Consument is aansprakelijk voor verwonding van een hond van een derde als gevolg waarvan medische behandeling van de hond noodzakelijk was (zijn hond had bij het uitlaten een andere hond gebeten, red.). Verzekeraar heeft een deel van de nota van de dierenarts vergoed en daarbij rekening gehouden met de aanschafwaarde en de emotionele waarde van het dier. Consument vordert volledige vergoeding van de nota. Verzekeraar heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de nota niet geheel kan worden aangemerkt als schade waarvoor Consument aansprakelijk is. Vordering toegewezen."

De nota’s van de dierenarts bedroegen in totaal 3.765,54 euro. De verzekeraar (Nh1816) vergoedde slechts 2.000 euro. Uitspraak 2016-429 leest over het verweer van de verzekeraar: "Bij vaststelling van schade aan een dier is van belang dat een dier een economische waarde vertegenwoordigt. Naast de aanschafwaarde speelt evenwel ook de emotionele waarde van het dier een rol. De aanschafwaarde bedraagt circa 400 euro. Rekening houdend met de emotionele waarde van het dier is een bedrag van 2.000 euro uitgekeerd. Hiermee heeft Verzekeraar ruim aan zijn wettelijke verplichting tot vergoeding van de schade voldaan."

 

Niet disproportioneel

De Geschillencommissie ziet het anders: "De Commissie is van oordeel dat Verzekeraar niet voldoende gemotiveerd betwist heeft dat Consument tegenover de benadeelde niet aansprakelijk was voor alle kosten van de medische behandeling van de hond van de derde. Hoewel de Commissie Verzekeraar volgt in de stelling dat voorstelbaar is dat volledige vergoeding van kosten van medische behandeling op een zeker moment disproportioneel is, te denken valt in ieder geval aan een situatie waarin een (klein) dier met lage aanschafwaarde en hoge leeftijd een geneeskundige behandeling met zeer hoge kosten moet ondergaan waarvan het beoogde resultaat van de behandeling onzeker is, is daarvan in de gegeven omstandigheden niet gebleken. De Commissie acht het daarbij van belang dat de verwonde hond ongeveer drie jaar oud was en dat het ging om een spoedbehandeling die noodzakelijk was door de verwonding en dat met die behandeling ook het beoogde resultaat is bereikt."

 

De Commissie overweegt dat het uitgangspunt van een AVP-dekking sowieso is dat aan een verzekerde worden vergoed alle kosten die samenhangen met de aansprakelijkheid van die verzekerde jegens een derde tenzij de polis de dekking beperkt. Laatstgenoemde beperkingen kunnen bestaan in beperkingen voor wat betreft de hoogte van het bedrag (zoals bijvoorbeeld de
verzekerde som en maximale bedragen voor een bepaalde kostensoort) of beperkingen voor wat betreft kostensoorten die voor vergoeding in aanmerking komen. De Geschillencommissie kon echter geen beperkingen in de polis ontdekken. Als die beperkingen er zijn, moeten ze duidelijk worden meegedeeld. De commissie: "Gelet op de factoren die bij vaststelling van schade aan dieren een rol spelen en het inzicht dat een verzekeraar een verzekerde hierin dient te kunnen geven, acht de Commissie het overigens aangewezen dat Verzekeraar hiervoor een duidelijk beleid formuleert dat ook richting verzekerden wordt gecommuniceerd."

 

De uitspraak noemt niet het soort hond waar het in dit geval om ging, dus de foto bij dit bericht slaat niet per se op het dier in kwestie.

Lees meer over

Reacties

Hein Brouwer 3 oktober 2016

Een dier is een roerende zaak als ik me goed herinner, dus als waarde hanteer je de "objectieve" marktwaarde, zoals bij vee; dat zou Roelof toch moeten weten. Het standpunt van NH1816 is formeel juist, alleen super onhandig en a-commercieel om daaraan vast te houden.

Roelof Radstaake 3 oktober 2016

@ Hein. Ik ben het met je eens dat er sprake is van dagwaarde, alleen, in tegenstelling tot vee dat een commerciele grondslag heeft, geldt er voor huisdieren een andere status. Er zit een emotionele component in. En probleem is wie bepaalt welke dagwaarde een huisdier heeft. En wie dus bepaalt wanneer een huisdier 'total loss' is. Formeel gesproken is de fundering van het standpunt weliswaar juist, maar is het niet aan verzekeraar om een een eenzijdig standpunt in te nemen. dit is aan partijen om hier in onderling goed overleg uit te komen. Daarnaast is er ook nog een gegeven dat een bedrag dat een AVP verzekeraar vergoedt, niet betekent dat de aansprakelijkheid van verzekerde hiermee ook gemaximeerd is. Oftewel: als verzekeraar een deel vergoedt laat dit onverlet dat benadeelde de veroorzaker zelf voor het verschil tussen uitkering en feitelijke schade kan aanspreken. Hier lift de geschillencommissie op mee. Als in de polis had gestaan dat i.g.v. schade aan huisdieren van derden een maximale uitkering zou gelden, dan had dit in de polis moeten staan. Dat stond er niet dus is verzekeraar voor de volle schade van benadeelde aansprakelijk. Kortom, de AVP verzekeraar zal de schade van benadeelde uit naam van veroorzaker moeten vergoeden en is niet gerechtigd hier beperkingen in aan te brengen tenzij deze feitelijk gestaafd kunnen worden.

Roelof Radstaake 29 september 2016

@ Theo. Wie bepaalt wat een leven waard is, of dit nu een leven van een cavia, een hond, een kat of een mens is? En neemt deze waarde dan af naarmate dit leven langer heeft geduurd? Wanneer gaat dan een mens 'total loss? Veel succes en lef als je hierop een standpunt zou durven innemen. In elk geval is het niet aan een verzekeraar om te bepalen wat een leven waard is en of de kosten voor het redden van een leven in relevantie staan tot deze 'waarde'. En eerlijk gezegd, ik denk dat een Rechter deze vraag ook niet gaat beantwoorden. Het standpunt van verzekeraar in dit geval grenst aan arrogantie om dit dwingend op te leggen. Kennelijk hebben ze niet eens de moeite genomen in deze casus in overleg te gaan met de benadeelde wederpartij. Want stel dat in dat minnelijk overleg wel een dergelijke regeling geaccepteerd zou worden dan is het een andere kwestie.

Theo van Geel 29 september 2016

@ Roelof. Bij geschillen waar je samen niet uit komt is het (vanaf bepaalde financiële omvang) gebruikelijk dat een rechter de beslissing neemt. Dit om bijvoorbeeld oplossingen vanuit onderbuikgevoelens te voorkomen. Dat heb ik ook geprobeerd met mijn verhaaltje. Mijn persoonlijke (onderbuik)standpunt is niet zo relevant. Dan toch een persoonlijke noot: uiteraard verdient het allerminst de schoonheidsprijs dat een verzekeraar het in dit dossier zo ver laat komen. Een vreselijke koude douche van onze vriendin op maandagavond.

Nel Dikkers 28 september 2016

Schande, dat de verzekeraar heeft geprobeerd onder de volledige uitbetaling uit te komen. Veel frustratie onnodig geweest nu het Kifid de verzekeraar heeft teruggefloten. Als consument moet je alle verzekeringsbijlagen (soms wel meer dan 100 pag.) spellen. Bij schade blijk je "anders" verzekerd te zijn dan gedacht. Dit is een feit. Verzekeraar, wees eens wat menselijker.

Theo van Geel 28 september 2016

Gedachtengang van de verzekeraar is te volgen vind ik. NH beschouwt het als een soort total loss. Maar volgens Kifid is een hond geen auto. De vraag die ervoor ligt is of verzekeringnemer in een dergelijk geval ook door de rechter aansprakelijk zou worden gesteld voor de volledige schade of dat die voor een dier een bovengrens zou aangeven.

Roelof Radstaake 28 september 2016

Deze handelwijze is helaas geen incident. De creativiteit om onder (volledige) schadevergoeding uit te komen kent vaak geen grenzen. Daarbij wordt er vaak op gespeculeerd dat de mensen die hierdoor benadeeld worden niet goed op de hoogte zijn van hun rechten en daarom de strijd maar niet aangaan. Het is een toenemende tendens dat verzekeraars -vaak uit ondeskundigheid aan de zijde van behandelaars of ingefluisterd door experts- maar 'wat gaan roepen' in de hoop dat verzekerde/benadeelde het slikt. Treurig maar waar. De praktijk wijst het simpelweg uit.