Broodnodig alternatief

Kaj Morel

Wanneer het over economie gaat, lijken we makke schapen die achter hun alwetende herder aanlopen. We stellen geen vragen. We komen niet in opstand. Kaj Morel is deze gang van zaken beu. Hij schreef een boek waarin hij een ander verhaal vertelt over onze economie.

We hebben een economie nodig die onze samenleving leefbaar houdt en positief ontwikkelt. Het vrijemarktkapitalisme heeft ons veel goeds gebracht. Tegelijkertijd valt niet langer te ontkennen dat er ook grote nadelen aan kleven. In mijn boek beantwoord ik achtereenvolgens vier vragen. Hoe komt het dat economie zo overheersend is geworden in ons dagelijks leven? Wat zijn de belangrijkste uitganspunten van onze huidige economie? Wat zijn de belangrijkste gevolgen van onze huidige economie? Is er een andere economie denkbaar die beter past bij de tijd van nu en oplossingen biedt voor onze grote maatschappelijke vraagstukken? In antwoord op de laatste vraag presenteer ik in het vierde hoofdstuk mijn conclusies over onze economie in de vorm van een alternatieve economische benadering, die mij vertrouwen geeft voor de toekomst. Ik noem deze benadering de betekeniseconomie.

De verdiensten van het kapitalisme voor de globale welvaartsontwikkeling kunnen we niet negeren. Toch lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de specifieke invulling van het kapitalisme, het neoliberalisme, niet geleid heeft tot een betere wereld. Het heeft veel vraagstukken juist groter gemaakt en heeft zelfs nieuwe vraagstukken opgeleverd. Welke mechanismen zorgen ervoor dat we op zoek naar oplossingen steeds opnieuw uitkomen bij het vrijemarktdenken?

Utopisch denken

Eén van de verklaringen voor ons hardnekkig vasthouden aan het neoliberalisme heeft te maken met onze gevoeligheid voor utopisch denken, zoals Hans Achterhuis duidelijk maakt. Ik wil daar drie mechanismen aan toevoegen die ik eerder ‘mentale heerschappijen’ genoemd heb: uitgangspunten in ons denken die we tot axioma’s hebben verheven, dat wil zeggen, tot stellingen die geen bewijs behoeven en daarom niet ter discussie staan.

Allereerst is daar de heerschappij van het eigenbelang oftewel: ‘Ik wil een verschil maken voor mijzelf’. Deze heerschappij is een directe weerspiegeling van de kern van het vrijemarktdenken. In onze huidige samenleving is het vanzelfsprekend geworden dat je als persoon vooral bezig bent om goed voor jezelf te zorgen, je eigen belang te dienen. De tweede heerschappij waaraan we ons willens en wetens onderworpen hebben, noem ik de heerschappij van het pijnvrije bestaan, oftewel: ‘Zo lang het geen pijn doet, ben ik tot alles bereid’. In het kort komt deze heerschappij erop neer dat we met zijn allen buitengewoon gesteld zijn geraakt op ons comfort. Tot slot signaleer ik dat we onszelf gevangen laten houden door de heerschappij van de geveinsde machteloosheid. Deze heerschappij kent verschillende uitingsvormen. We schuiven de verantwoordelijkheid van ons gedrag af op anderen.

Destructieve spiraal

De ellende met deze heerschappijen is dat ze ieder op zich al schadelijk zijn en elkaar ook nog eens onderling versterken. Met als gevolg dat we meegezogen worden in een destructieve spiraal en niet de noodzakelijke stap naar een andere samenleving kunnen maken. Om deze mentale heerschappijen te doorbreken en de betekeniseconomie dichterbij te brengen, is het allereerst nodig dat we erkennen dat de heerschappijen het gevolg zijn van keuzes die we in het verleden gemaakt hebben en dus ook weer ongedaan gemaakt kunnen worden met alternatieve keuzes. We zetten direct de eerste stap op weg naar de betekeniseconomie op het moment dat we: (1) niet langer ons eigen belang maar het belang van anderen als uitgangspunt voor ons handelen nemen; (2) bereid zijn om ‘pijn’ te lijden in andermans belang; en (3) erkennen dat we zowel de morele plicht als het vermogen hebben om met ons handelen de loop der dingen te beïnvloeden.

Utopietest

Er is een vraag die mij tijdens het schrijven van mijn boek steeds bezighoudt: wat als de betekeniseconomie ook een utopie blijkt te zijn? Milton Friedman en zijn kompanen van de Chicago School of Economics waren er volgens mij oprecht van overtuigd dat de vrijemarkteconomie de beste economische benadering was om het hoofd te bieden aan de problemen van hun tijd. Zij hadden destijds niet in de gaten dat ze bezig waren een utopie in de markt te zetten. Stel dat ik slachtoffer ben geworden van hetzelfde utopisme als de neoliberale economen? Om deze zorg het hoofd te bieden heb ik mijn eigen utopietest voor de betekeniseconomie uitgevoerd. De conclusie is duidelijk: de betekeniseconomie is geen utopie. Kijk maar mee. Het eerste kenmerk van een utopie is dat het altijd gaat om een samenleving en niet om persoonlijk gerichte idealen, wensen of verlangens. Bij de betekeniseconomie gaat het juist wel om persoonlijk gerichte idealen, wensen en verlangens. De betekeniseconomie gaat er echter vanuit dat deze overwegend gericht zijn op het welbevinden van de ander, van de gemeenschap. Hierin zit het grote verschil met de vrijemarktdenkers De betekeniseconomie is ook niet maakbaar, het tweede kenmerk van utopieën. Er zijn geen dingen die we als mensen kunnen doen of laten waardoor de betekeniseconomie vanzelf tot stand komt, zoals het afschaffen van alle belemmeringen die de vrije markt hinderen bij het volgen van haar natuurlijke loop. De betekeniseconomie komt tot stand door een geleidelijk proces van bewustwording en het opdoen van kennis, inzicht en ervaring in combinatie met de drang om voortdurend te experimenteren met mogelijke oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken.

Het derde formele kenmerk van utopieën, totaliteit, ligt in het geval van de betekeniseconomie wat ingewikkelder. Met totaliteit wordt bedoeld dat het niet gaat om ‘kleine hervormingen en verbeteringen in een verrotte maatschappij, maar om een totale verandering van alle premissen waarop tot dan toe het menselijk samenleven berustte’, zoals Huub Achterhuis het zei in zijn boek De utopie van de vrije markt. De betekeniseconomie hanteert weliswaar radicaal andere, want in veel gevallen tegengestelde uitgangspunten, als het neoliberalisme, maar tegelijkertijd staat de betekeniseconomie geen radicaal andere samenleving voor. Integendeel. Veel van de ontwikkelingen die momenteel gaande zijn, bevinden zich in het hart van de betekeniseconomie. Wat aanhangers van de betekeniseconomie proberen te bewerkstelligen, is dat deze ontwikkelingen meer gezien worden, meer erkend worden en meer navolging krijgen. Stap voor stap neemt de betekeniseconomie zo de plaats in van de dominante vrijemarkteconomie. Dit gaat dus geenszins via het model van de revolutie, waarbij vrijwel zonder uitzondering sprake is van het gebruik van geweld, een ander typische familietrek van utopieën. De betekeniseconomie verloopt via een proces van evolutie.

Kaj Morel (1971) is sociaal psycholoog, gepromoveerd aan de TU Delft en voormalig lector identiteitsmarketing bij hogeschool Saxion.

Reactie toevoegen

 
Editie
Meer over
Wie voedt de koning op?

Wie voedt de koning op?

"In de vrije markt zijn consumenten heilig. Bedrijven doen alles om hen te paaien en tegemoet te komen. De klant is koning en de koning wil je niet kwijtraken als...

Kaj Morel: stel noodzakelijke vragen over de huidige economie

Kaj Morel: stel noodzakelijke vragen over de huidige economie

Wanneer het over economie gaat, lijken we makke schapen die achter hun alwetende herder aanlopen. We stellen geen vragen. We komen niet in opstand. Kaj Morel (sociaal...

Nieuwe waarden centraal in zomereditie New Financial Magazine

Nieuwe waarden centraal in zomereditie New Financial Magazine

"Hoog tijd voor een nieuw economisch systeem dat correct rekent, dat wil zeggen óók met maatschappelijke kosten. Als we vasthouden aan het huidige...