Klimaatadaptief als nieuwe norm

(Uit VVP-special Duurzaam Adviseren 2026) Hallucineren was het Van Dale woord van 2025. Een betere keuze was ‘klimaatadaptief’ geweest, want dat is de grote uitdaging in deze tijd van klimaatverandering: klimaatadaptief denken en vooral handelen.
Het KNMI rekende eind vorig jaar de potentiële impact door van negen zeer extreme weersituaties die zich als gevolg van de klimaatverandering in Nederland misschien ooit gaan voordoen.
Een voor ons land extreme variant van de orkaan Kirk uit 2024 bijvoorbeeld zou hier, schrijft het KNMI in ‘Een Extreem Rapport’,”tot grote schade hebben geleid. De stormschade aan gebouwen door de heftige windstoten zou mogelijk in de miljarden euro’s lopen (met als beste schatting 2,7 miljard euro).
“De berekende schade ten gevolge van ‘KirkNL’ is zeer fors, zelfs als het model de windstoten enigszins zou overschatten. Ter vergelijking, de gerapporteerde stormschade in Nederland (huizen, infrastructuur, bomen, etcetera) ten gevolge van winterstorm Eunice (februari 2022) was met ongeveer 750 miljoen euro een stuk lager. Hetzelfde schademodel als we hier gebruiken komt bij storm Eunice tot 210 miljoen euro aan geschatte schade aan huizen en gebouwen.”
De boodschap is duidelijk: de schade als gevolg van het steeds extremere weer door de klimaatverandering kan explosief oplopen. Dan kom je er niet meer met alleen verzekeringspolissen, je zult – en dat snapt het Verbond van Verzekeraars heel goed – vooraf risico’s moeten mitigeren.
Het Verbond pleitte recent maar weer eens voor klimaatadaptief bouwen: “Door water en bodem sturend te laten zijn bij beslissingen over ruimtelijke ordening, anticiperen we op extreme weersgebeurtenissen zoals piekbuien en overstromingen. En ontwikkel landelijke eenduidige normering over klimaatadaptief bouwen. Dit is noodzakelijk om schade door extreme neerslag te beperken.”
Best ironisch eigenlijk dat veel van de bouwwijzen die wij nu bedenken, in deze tijd van klimaatverandering en verduurzaming, vroeger heel normaal waren! Hoe vaak werd er vroeger niet op een terp gebouwd? Zo bleven je voeten en je vee droog.
Build back better
Het is prima om als verzekeringsbedrijf te proberen invloed uit te oefenen op de politieke bouwagenda, maar wat kan de sector ondertussen zelf doen? Aanjagen van preventie ligt voor de hand; schadebeperkende maatregelen vooraf worden immers prangender om de verzekerbaarheid zo lang mogelijk te borgen. Financieel adviseurs kunnen hier ook hun rol pakken.
Je zou als verzekeraar ook klimaatrobuust schadeherstel kunnen stimuleren. Build Back Better, zo wordt het in het Verenigd Koninkrijk genoemd. Daar keert een aantal verzekeraars tot 10.000 pond extra uit voor waterrobuust herstel na overstromingsschade.
Andersson Elffers Felix onderzocht vorig jaar in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat waterrobuust herstel na schade. De uitkomsten waren op het moment van schrijven van dit artikel helaas nog niet bekend. Maar Build Back Better heeft dus wel degelijk ook in Nederland de aandacht. Maar er zijn ook vragen: hoe zit bijvoorbeeld met de waarschijnlijke meerkosten?
‘Met alleen verzekeringspolissen kom je er niet’
En hoever wil je gaan? Is herbouwen in een erkend risicogebied eigenlijk wel zo slim? Maar hoe zorg je er dan voor dat de gedupeerde ergens anders opnieuw kan beginnen? Duitsland werd door de watersnood van 2021 nog veel zwaarder getroffen van Limburg. Nog steeds staan daar beschadigde panden leeg. Deels is dat omdat er geen verzekering was afgesloten die deze schade vergoedt. Maar in sommige situaties wilden verzekeraars niet zonder meer uitkeren vanwege de kans op herhaling. Een hotel aan de Ahr is leuk, maar niet als het eens in de zoveel tijd wordt weggespoeld.
Zout water
Verzekeraars kunnen natuurlijk al hun kennis aanwenden om risico’s zo lang mogelijk privaat verzekerbaar te houden. Maar bij sommige risico’s, zoals het overstromen of falen van primaire waterkeringen, is een publiek-private oplossing het laatste antwoord. De Nederlandse overheid geeft echter niet thuis.
Bij de watersnood in Limburg verklaarde de overheid de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) nog van toepassing. De overheid zei erbij dat dit de laatste keer was; de verzekerbaarheid is inmiddels goed genoeg. Ja, van overstromen of falen van secundaire waterkeringen (als dat van die verzekeraarheid al helemaal klopt, helemaal als het gaat om bedrijfsmatige risico’s). Maar hoe zit het dan als een stad aan de kust onderloopt? In de Wts wordt gesproken van overstromingen door zoet water. Het overlopen of bezwijken van primaire waterkeringen langs de Noordzee, de Waddenzee en de Westerschelde tot de stormvloedkeringen in de Nieuwe Waterweg en de Oosterschelde, met inbegrip van deze stormvloedkeringen, en als direct gevolg daarvan het overlopen of bezwijken van andere primaire waterkeringen, wordt nu niet aangemerkt als overstroming door zoet water.
De minister schreef begin november in een Kamerbrief: “Het kabinet kiest voor het behouden van de Wts als structureel vangnet voor rampschade met de nodige aanpassingen om haar toekomstbestendig te maken. (…) Het kabinet onderschrijft de noodzaak om de Wts beter aan te laten sluiten op veranderende inzichten in waterveiligheid. (…) In de herziening wordt overwogen om het expliciete onderscheid tussen zoetwateroverstroming en zoutwateroverstroming in de Wts te laten vervallen.”
Het uitsluiten van schade door overstromen of falen van primaire waterkeringen en door zoutwateroverstromingen is bij de invoering van de Wts ingegeven door het idee dat Nederland goed beschermd is tegen dit soort rampen. Dat idee leeft kennelijk nog steeds, anders zou je de Wts niet uitbreiden met zoutwateroverstromingen. Hopen dan maar dat de bescherming inderdaad voldoet, anders eindigt het met een koude douche voor de minister en zijn portemonnee.
Misschien toch nog eens kijken naar die publiekeprivate oplossing?
Reactie toevoegen
Meer over
Verduurzaming: Rabobank schiet VvE's te hulp
Om Verenigingen van Huiseigenaren (VvE’s) te ondersteunen bij de verduurzaming van het appartementencomplex stelt Rabobank een aanvullend bedrag van 100 miljoen...
Verduurzaming koopwoning loopt vaak spaak door onzekerheid
Driekwart van de Nederlandse woningeigenaren (76%) is van plan om in 2026 te investeren in hun woning. De onduidelijke regelgeving over verduurzaming vormt voor...
SER: nog te vaak obstakels bij verduurzamen van huis of bedrijfspand
Huishoudens en kleine ondernemers kunnen hun rol bij de energietransitie nog onvoldoende vervullen, meent de SER. Zij hebben meer kennis, mogelijkheden en stimulans...
ABN AMRO en Florius: rentetarieven per energielabel
ABN AMRO en Florius introduceren per 1 april 2026 nieuwe rentetarieven, waarbij zij de hypotheekrente nadrukkelijk koppelen aan de energieprestatie van de woning....
Energiehuis: één loket voor verduurzaming
Gebouweigenaren, gebruikers en bewoners kunnen straks op één plek terecht voor het verduurzamen van hun woning of gebouw: het Energiehuis. Dit nieuwe...
Veel verzekeraars hebben geen thuisbatterij-policy
Onderzoek van duurzaamheidsplatform Slimster onder negentien grote woonverzekeraars toont aan dat een op de drie verzekeraars helemaal niets vermeldt over thuisbatterijen...
Meer dan alleen financiële waarde
(Roy van den Heuvel en Gijsbert Koren, We Are Stewards, in VVP-special Duurzaam Adviseren 2026) Steward-ownership is als eigendomsmodel voor ondernemingen de afgelopen...
Hoe het herstelnetwerk van a.s.r. klanten én adviseurs ontzorgt
(Partner in kennis a.s.r. in VVP-special Duurzaam Adviseren 2026) Schade herstellen in plaats van vervangen is vaak duurzamer. Toch brengt het ook uitdagingen...
(Maria Silveira, directeur SEH, in VVP-special Duurzaam Adviseren 2026) Al jaren voeren we in de sector dezelfde discussie: welke verantwoordelijkheid heeft de...
Duurzaam advies is niets nieuws
(Partner in kennis Klaverblad in VVP-special Duurzaam Adviseren 2026) Als verzekeringsadviseur krijg je zelden een klant aan tafel met uitsluitend een vraag over...









