VVP 2-2026: leren van Kifid-uitspraken

(Uit Ken je vak! VVP 2-2026)
Moet de bank waarschuwen bij stijgende rente?
NAZORG – In 2019 sluit de consument een hypothecaire geldlening met een rentevastperiode tot november 2025. In 2024 verwijt de consument de bank dat deze de consument in 2022 niet heeft gewezen op de op dat moment stijgende marktrente. De consument stelt dat een stijgende rente bij de volgende rentevastperiode ertoe zou kunnen leiden dat de hypothecaire lening voor hem onbetaalbaar wordt.
De Geschillencommissie verklaart deze klacht ongegrond en motiveert dit onder meer als volgt: “De consument stelt terecht dat op de bank een zorgplicht rust. Die zorgplicht strekt echter niet zo ver dat de bank verplicht is de consument tijdens de looptijd van een rentevastperiode te wijzen op een stijgende marktrente, met het oog op de mogelijkheid het rentecontract open te breken. Dit kan ook niet van de bank worden verwacht, omdat onzeker is hoe de rente zich verder zal ontwikkelen.”
En: “De verplichting tot nazorg is vastgelegd in artikel 4:20 lid 3 Wft. Daar staat dat een financiële dienstverlener een klant gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel product informatie verstrekt over wezenlijke wijzigingen in de informatie over het product voor zover deze wijzigingen redelijkerwijs relevant zijn voor de klant. Renteontwikkelingen vallen hier niet onder. Dat is immers geen wezenlijke wijziging in de informatie over het product. Partijen kunnen met elkaar overeenkomen dat deze ‘aanvullende nazorg’ wordt verleend. Dat de consument een afspraak met die strekking heeft gemaakt met de bank is niet gebleken.” – Uitspraak GC 2026-0369
Fraude met werkgeversverklaring
ZORGPLICHT – De consument vervalst de werkgeversverklaring om in aanmerking te komen voor een hypothecair krediet. Dit wordt door de aanbieder ontdekt. De aanvraag voor het hypothecair krediet wordt afgewezen. De werkgever ontslaat de medewerker op staande voet. Tja, wat doe je dan? Je stelt de hypotheekadviseur aansprakelijk. Die had de vervalste werkgeversverklaring maar beter moeten controleren.
De Geschillencommissie volgt deze redenering (gelukkig) niet en overweegt: “Als uitgangspunt geldt dat een hypotheekadviseur mag uitgaan van de juistheid van de door de opdrachtgever (in dit geval de consument) verstrekte informatie, tenzij er aanwijzingen zijn die tot een nader onderzoek door de hypotheekadviseur nopen.” – Uitspraak GC 2026 – 0273
Geen OTD. Toch zorgplicht?
ZORGPLICHT – Wanneer er tussen een financieel dienstverlener en een consument een overeenkomst tot dienstverlening wordt overeengekomen, ontstaan er voor beide partijen rechten en verplichtingen. De vraag is of ook vóór dit moment van het overeenkomen van een OTD al verplichtingen voor de adviseur kunnen ontstaan.
De Geschillencommissie komt tot de volgende algemene uitspraak, waarbij zij zowel verwijst naar een arrest van de Hoge Raad als naar de artikelen 4:19 en 4:20 van de Wft: “Als er geen sprake is van een overeenkomst van opdracht rust op de adviseur een precontractuele zorgplicht welke met zich meebrengt dat de adviseur zijn gedrag mede moet laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van zijn wederpartij, in dit geval de consumenten.”
De zorgplicht van de adviseur na het aangaan van de OTD is zwaarder en uitgebreider. Maar ook voor het afsluiten van de OTD moet de adviseur rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van de consument. Simpel vertaald: ook in de precontractuele fase moet de adviseur zich fatsoenlijk gedragen. Niets bijzonders dus. – Uitspraak GC 2026 -0337
De samenvatting Hypotheken wordt u aangeboden door de
Reactie toevoegen
(Kifid-uitspraak GC 2026-0655) De consument is met de voorwielen van haar auto voorbij de haaientanden op de voorrangsweg tot stilstand gekomen. De tegenpartij...
(Kifid-uitspraak GC 2026-0649) De consument is met zijn auto om onbekend gebleven redenen uit de bocht gegaan en tegen een boom gebotst. De consument heeft de schade...
Schending zorgplicht kost adviseur ton
(Kifid-uitspraak CvB 2026-0038) Ook in beroep verliest de adviseur in een zorgplichtzaak met een schade van bijna 130 mille. De Commissie van Beroep van Kifid bevestigt...
(Kifid-uitspraak GC 2026-0634) De consumenten hebben een conflict met de verkoper van hun woning omdat hij een afwijking van de erfgrens niet had gemeld bij...
Claim op ORV terecht afgewezen
(Kifid-uitspraak GC 2026-0631) De verzekeraar mocht de claim van de consument op de overlijdensrisicoverzekering afwijzen. Wijlen de partner van de consument...
(Kifid-uitspraak GC 2026-0618) De consument heeft onderweg naar het vliegveld autopech gehad. Zij heeft met haar gezin haar vlucht gemist. Voor vergoeding van...
Kifid blaast klacht na vergis-bomaanslag op
(Kifid-uitspraak GC 2026-0611) Bij een ‘vergis-bomaanslag’ is onder andere het leien dak van de woning van consumenten ernstig beschadigd. Zij hebben...
(Kifid-uitspraak GC 2026-0588) De verzekeraar mocht dekking weigeren op grond van roekeloos rijgedrag. De consument is op 11 juli 2024 van achteren aangereden en...
(Kifid-uitspraak GC 2026-0576) Een verzekeraar dient bij het bepalen van het aantal schadevrije jaren zich te laten leiden door de royementsgegevens uit Roy-Data....
Fiets op slot in tuin niet verzekerd
(Kifid-uitspraak GC 2026-0566) Een fiets op slot in de tuin is niet gedekt tegen diefstal op de inboedelverzekering. Op 28 augustus 2025 zijn er twee racefietsen...


