Tweede spoor loopt vaak dood

Marjol Nikkels 2019

(Marjol Nikkels, CS Opleidingen, in Ken je vak! VVP 5-2021) Uit onderzoek van het UWV blijkt dat tweedespoortrajecten nog geen succes zijn. Voor de verzekeraars valt hier nog een wereld te winnen, want ook zij hebben er een groot belang bij dat werknemers zo snel mogelijk weer aan de slag gaan. Liefst binnen de eerste twee jaar.

De minister van SZW heeft eind 2018 met werkgevers een maatregelenpakket afgesproken om de loondoorbetalingsverplichtingen makkelijker, duidelijker en goedkoper te maken. Onderdeel van dit pakket is de MKB verzuim-ontzorgverzekering. Kenmerkend is dat werkgever en werknemer ontzorgd worden en ook dat de noodzakelijke re integratieverplichtingen gedekt zijn binnen deze verzekering, zoals een arbeidsdeskundig onderzoek maar ook het tweedespoortraject.

Het UWV heeft onlangs 100 dossiers van WIA-aanvragers onderzocht om een beeld te krijgen van de inzet van tweedespoortrajecten (re-integratie buiten de eigen werkgever). Doel van dit onderzoek is om zo veel mogelijk relevante informatie te ontsluiten voor de innovatie van tweede spoor en een beeld te geven hoe nu de inzet is van tweedespoortrajecten bij WIA-aanvragers.

Ado

Aan een tweedespoortraject gaat vrijwel altijd een arbeidsdeskundig onderzoek (ADO) door een private arbeidsdeskundige vooraf. Een ADO is een onderzoek naar de mogelijkheden van een langdurig zieke werknemer in zowel het eerste als in het tweede spoor. Bij een meerderheid van de onderzochte dossiers lopen het eerste en tweede spoor parallel, namelijk in 61 van de 100 gevallen. In 34 gevallen loopt er alleen een tweedespoortraject. Parallelle trajecten komen vaker voor bij grote werkgevers, omdat dan het eerste spoor nog niet afgesloten kan worden.

Iets meer dan de helft van de tweedespoortrajecten start twaalf tot en met vijftien maanden na de eerste ziektedag (53 procent). Nog eens vijftien procent start iets later, na zestien tot en met achttien maanden. Een klein deel (zestien procent) start al in het eerste ziektejaar, na vier tot en met elf maanden, twaalf procent start in de tweede helft van het tweede ziektejaar (negentien tot en met 23 maanden). Tot slot start vijf procent van de tweedespoortrajecten pas na twee jaar ziekte. In die gevallen was sprake van vrijwillige of door UWV opgelegde verlenging van de loondoorbetaling (de bekende loonsanctie).

‘In bijna de helft van de onderzochte dossiers is daadwerkelijk het tweedespoortraject gestart’

Uitkomst: volledig arbeidsongeschikt

Bij 48 procent van de werknemers die een WIAuitkering aanvroeg, werd in de loondoorbetalingsperiode een tweedespoortraject gestart. En weer bijna de helft van deze mensen kreeg een volledige WGA- of IVA-uitkering toegekend. Dit geeft aan dat het succes van een tweedespoortraject niet alleen afhankelijk is van de kwaliteit van het traject of van de inzet van de werknemer, maar ook van zijn gezondheidsontwikkeling: vaak is de uiteindelijke belastbaarheid/medische situatie te slecht om te kunnen re-integreren.

Bij ongeveer de helft verwacht de bedrijfsarts rond het eerste ziektejaar nog verbetering van de mogelijkheden. Bij een kwart is de verwachting dat de mogelijkheden niet meer zullen veranderen. Bij slechts vijf procent van de werknemers die een tweedespoortraject ingaan, verwacht de bedrijfsarts expliciet een verslechtering.

Van de 100 werknemers die een tweedespoortraject startten, hebben er bij de WIA-claimbeoordeling zeven een nieuwe werkgever. Bij 26 mensen die een tweedespoortraject volgden, is er na afloop van de loondoorbetalingsperiode passend werk bij de oude werkgever gerealiseerd. Bij de resterende 67 personen is per einde wachttijd geen passend werk gerealiseerd.

Belang van werk

Tot zover de uitkomsten van het UWV-onderzoek. Duidelijk is dat er nog een wereld te winnen is als het gaat om re-integratie van mensen met arbeidsbeperkingen. Dit is in het belang van werkgever en werknemer. De beste sociale zekerheid voor de werknemer is het hebben van een baan. Helaas zijn lang niet alle werknemers zich hiervan bewust. Zij moeten goed voorgelicht worden over hun toekomstige inkomenssituatie als zij niet meer aan het werk komen.

De overheid heeft bewust met de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) werkend lonend gemaakt. De werknemer in de WIA krijgt na afloop van de WGA-loongerelateerde uitkering een hogere uitkering als hij ten minste 50 procent van zijn restverdiencapaciteit benut. Dan krijgt hij een WGA-loonaanvulling met een dekking van 70 procent van het loonverlies door de arbeidsongeschiktheid (het verschil tussen het oude WIA-maandloon en de resterende verdiencapaciteit).

Benut iemand minder dan 50 procent van zijn restverdiencapaciteit, dan ontvangt hij de veel lagere Vervolguitkering (VVU). De VVU bedraagt een percentage van het minimumloon: dit is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en varieert van 28 tot 50,75 procent.

Collectieve wga-verzekeringen

Om een al te grote inkomensterugval te voorkomen, hebben veel werkgevers voor hun werknemers een collectieve WGA-hiaatverzekering afgesloten. De premie wordt wel vaak door de werknemers zelf betaald. Deze verzekering is er in twee varianten: basis en uitgebreid.

De WGA Hiaat Basis vult de WGA-vervolguitkering aan tot het niveau van de WGA-loonaanvulling. Maar, bij 50 procent arbeidsongeschiktheid komt iemand dan nog maar uit op 35 procent van zijn oude loon.

De WGA Hiaat Uitgebreid biedt een veel betere dekking, omdat iemand daarmee nog uitkomt op 70 procent van zijn laatste inkomen. Ook als hij of zij niet meer aan het werk komt. De WGA Hiaat Uitgebreid vult aan tot het niveau van de WGA loongerelateerde uitkering, en kent daarmee dus een werkloosheidsdekking. Wanneer iemand met een WGA Hiaat Uitgebreid volledig zijn resterende verdiencapaciteit benut, hoeft de verzekeraar niets uit te betalen.

Enorm belang

De financiële belangen van werk kunnen oplopen tot vele tonnen per werknemer. Vooral bij jongere mensen met een inkomen dicht bij het maximum dagloon. Voor de verzekeraar van de WGA Hiaat Basis is het van belang dat de werknemer ten minste de helft van zijn resterende verdiencapaciteit gaat benutten. In dat geval hoeft de verzekeraar namelijk niets te betalen.

De private verzekeraar is dus een belangrijke speler geworden binnen de re-integratiemarkt. Zij hebben er ook een groot belang bij dat de tweedespoortrajecten al tijdens de 104 weken ziekte meer uitzicht geven op reëel werk.

Reactie toevoegen

 
Meer over
Steun voor verplichte AOV daalt

Steun voor verplichte AOV daalt

De steun voor de verplichte AOV voor zelfstandigen daalt, aldus onderzoek door Knab. "Een jaar geleden steunde 41 procent het plan nog, maar nu er meer details bekend...

Bonus op niet ziek zijn helpt niet echt

Bonus op niet ziek zijn helpt niet echt

Uit onderzoek door Acture blijkt dat het geven van een niet-ziek bonus niet echt helpt. Bijna 50 procent geeft aan dat een niet-ziekmeldbonus hen niet zou weerhouden...

Eigenrisicodragerschap Ziektewet stijgt

Eigenrisicodragerschap Ziektewet stijgt

Sinds 2017 is het aandeel eigenrisicodragers voor de WGA in de totale loonsom van alle werkgevers vrijwel stabiel. In 2023 komt dit aandeel naar verwachting uit...

Werkgeverspremies voor WGA en Ziektewet dalen

Werkgeverspremies voor WGA en Ziektewet dalen

De premies voor zowel de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WGA) als de Ziektewet dalen in 2024 voor het eerst sinds jaren. Het gemiddeld premieniveau van de WGA...

Oplossen hardheden in de WIA en de verplichte AOV voor zelfstandigen

Oplossen hardheden in de WIA en de verplichte AOV voor zelfstandigen

(Marjol Nikkels in Ken je vak! in VVP 3, 2023) Minister Karien van Gennip heeft op 3 april 2023 meer duidelijkheid gegeven over de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering...

IOW met vier jaar verlengd

IOW met vier jaar verlengd

SZW is de internetconsultatie gestart van de Wet tot wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in verband met het verlengen van de werkingsduur van...

Meer zelfstandig ondernemers met voorziening arbeidsongeschiktheid

Meer zelfstandig ondernemers met voorziening arbeidsongeschiktheid

Begin 2023 had 65 procent van de zelfstandig ondernemers zonder personeel een financiële voorziening tegen het risico van arbeidsongeschiktheid. In 2021 was...

Jongeren minst bekend met financiële gevolgen langdurig verzuim

Jongeren minst bekend met financiële gevolgen langdurig verzuim

Jongeren weten relatief het minste van de mogelijke financiële gevolgen van langdurig verzuim. Dat blijkt uit onderzoek van Centraal Beheer, uitgevoerd door...

STAP ingeperkt tot beroepsgerichte scholing

STAP ingeperkt tot beroepsgerichte scholing

De startdatum van het septembertijdvak STAP wordt met twee weken uitgesteld: van maandag 4 naar maandag 18 september. Tevens wordt het budget voor dit tijdvak teruggebracht...

Wet voor meer zekerheid voor flexwerkers in consultatie

Wet voor meer zekerheid voor flexwerkers in consultatie

De wet Meer zekerheid flexwerkers is in internetconsultatie gegaan. Het is de eerste wet van het door het inmiddels gevallen kabinet in april gepresenteerde pakket...