Woongenot verzekerd?

Robin van Beem nieuw (klein formaat)

(Robin van Beem, BrandMR, in VVP-special Verzekerd Wonen 2025) U kent ze wel, klanten zoals Jeroen. Die altijd voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten. Jeroen vraagt u om alleen een hypotheek voor hem te regelen. Graag met zo laag mogelijke lasten. Verzekeringen om risico’s van inkomensverlies door overlijden, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid af te dekken? Liever niet, want duur. Hoe gaat u daar als adviseur mee om?

De Wft stelt specifieke eisen aan een hypotheekadvies. U moet een klantprofiel opstellen, waaruit de wensen en behoeften van de klant blijken en ook zijn risicobereidheid. Dus beoordeelt u niet alleen de inkomenspositie van uw klant op dat moment, maar ook zijn inkomenspositie of die van zijn partner bij overlijden van een van hen, bij arbeidsongeschiktheid of bij werkloosheid. Als uit die beoordeling volgt dat de klant in die gevallen de maandlast van de hypotheek niet meer kan dragen, dan bespreekt u met hem de mogelijkheid om die risico’s af te dekken. Bijvoorbeeld met verzekeringen.

Daarbij was er één verzekering die in elk geval altijd op de lijst stond van te sluiten producten: de ORV. Want het sluiten van die verzekering was een verplich ting van de bank. Dat is tegenwoordig niet meer zo. Dus kan de klant op dat punt een keuze maken. Het kan zijn dat u samen met de klant vaststelt dat hij het risico ook op een andere manier kan beperken.

Robin van Beem: ‘Niet alleen een kwestie van zorgplicht, maar ook van beroepseer.’

In dit geval stelt u echter vast dat Jeroen en zijn partner het risico van inkomensverlies niet kunnen dragen. Maar Jeroen laat u weten dat hij de benodigde verzekeringen toch niet wil sluiten. U ziet de bui al hangen. Als in de toekomst het besproken risico zich voordoet, dan klopt Jeroen of zijn partner bij u aan met een zorgplichtclaim. Dus u legt schriftelijk vast in uw rapport: “Wij bespraken de mogelijkheid om een overlijdensrisicoverzekering en een woonlastenbeschermer te sluiten. U heeft laten weten dat u daar geen behoefte aan heeft.” Daarmee is de kous af. Toch?

Zorgplicht ORV

Het lijkt logisch dat op deze manier de kwestie voldoende is afgehandeld en vastgelegd. En dat wat er verder ook gebeurt, dit de eigen verantwoordelijkheid is van de klant. Toch is dat niet vanzelfsprekend de uitkomst van procedures over dit soort kwesties. Zoals u weet, dient u zich volgens de jurisprudentie op het gebied van zorgplicht als een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur te gedragen. Dat betekent onder andere dat u moet waken voor de belangen van uw klanten. Die zorgplicht vloeit voort uit de overeenkomst van opdracht die u met uw klant sluit.

De omvang van de zorgplicht hangt dus af van de aard van de opdracht, de afspraken die u met uw klant maakt en de verwachtingen die u wekt. Uit deze zorgplicht, maar ook uit de Wft, vloeit voort dat u er in elk geval voor moet zorgen dat uw klant voldoende geïnformeerd is om een weloverwogen beslissing te nemen om een verzekering wel of niet te sluiten. Daar hoort bij dat u de klant moet waarschuwen voor risico’s die hij loopt bij een keuze die afwijkt van uw advies. Dat waarschuwen mag niet in te algemene woorden gebeuren. De Hoge Raad heeft (in een ander verband) al eens bepaald dat als er plicht geldt om te waarschuwen, er wel sprake moet zijn van een effectieve waarschuwing. Wat is dat dan? Dat is een waarschuwing die zodanig is, dat deze leidt tot een daadwerkelijke gedragsverandering.

Actieve rol voor adviseur

Die norm zie je ook wel terugkomen in uitspraken over zorgplicht. Bijvoorbeeld bij zaken over het niet naleven van in de polis voorgeschreven preventiemaatregelen. In dergelijke zaken hebben rechters wel geoordeeld dat het onvoldoende is om alleen op een preventieclausule te wijzen. De rechter verlangt van een adviseur dat hij de klant ook uitdrukkelijk wijst op de gevolgen die kunnen optreden als niet aan de clausule voldaan wordt. Dus u kunt niet alleen volstaan met de mededeling: “Uw auto moet voorzien zijn van een SCM-klasse 3 alarm”. U zult de klant er ook op moeten wijzen dat het niet voldoen aan deze eis ertoe kan leiden dat er geen recht op dekking is.

Dat geldt dus ook in onze voorbeeldsituatie. Als u alleen in algemene termen in uw rapport benoemt dat is gesproken over een ORV en dat de klant daarvan heeft afgezien, dan kan een rechter dat als onvoldoende indringende waarschuwing zien. Want u dient de klant te wijzen op de risico’s die hij daadwerkelijk loopt. Dus moet u Jeroen uitdrukkelijk voorhouden dat als hij zou komen te overlijden, zijn partner niet in de woning kan blijven wonen.

Verzwaarde stelplicht

Als u een klant op deze manier indringend waarschuwt, dan is het ook nog van belang dat u deze waarschuwing goed schriftelijk vastlegt. De stelplicht en bewijslast dat sprake is van een beroepsfout rust op grond van de hoofdregel van bewijslastverdeling op de klant. Maar uit jurisprudentie volgt dat in het geval van zelfstandige beroepsbeoefenaren zoals assurantietussenpersonen er wel een zogenoemde ‘verzwaarde stelplicht’ op de beroepsbeoefenaar kan rusten. De beroepsbeoefenaar is namelijk degene die het volledige dossier behoort bij te houden en daarmee degene in wiens risicosfeer de bewijsstukken zich bevinden. Als uit het dossier niet blijkt dat de klant schriftelijk gewaarschuwd is, dan kan de rechter ervan uitgaan dat die waarschuwing niet gegeven is.

‘U dient de klant te wijzen op de risico’s die hij daadwerkelijk loopt’

Beroepseer

Wat als Jeroen ook na een dergelijke indringende waarschuwing niet bereid is om uw advies te volgen? In dit soort gevallen is van belang wat de situatie is. Stel: een klant kan kiezen tussen optie A en B. Volgens uw advies is A de best passende keuze. B is de mindere keuze, maar is goedkoper en is op zich ook nog wel afdoende. Als de klant dan kiest voor optie B, kunt u dat met een gerust hart voor hem regelen.

Maar in ons voorbeeld is het niet sluiten van een ORV voor Jeroen geen realistische optie. En er zijn ook geen andere mogelijkheden om het risico van inkomensverlies af te dekken. Dan ben ik van mening dat u als onafhankelijk en professioneel adviseur moet zeggen dat u zijn keuze niet voor hem kunt uitvoeren, omdat die keuze evident in strijd is met zijn belang. Net zoals ik als advocaat tegen een klant zal moeten zeggen dat ik geen procedure voor hem zal voeren als ik daar geen redelijke kans van slagen in zie. Ook al wil de klant per se dat ik dat voor hem doe.

Dat is niet alleen een kwestie van zorgplicht, maar (vooral) ook van beroepseer. U moet er toch niet aan denken dat u door een nabestaande wordt aangesproken omdat zij noodgedwongen haar huis moet verkopen? Dan voelt het voor u zelf ook niet lekker als u moet zeggen: ‘Ja, maar hij wilde het zelf zo.’ En in de praktijk zal het doorgaans zo zijn dat uw waarschuwing inderdaad leidt tot de gewenste gedragsverandering. Want als u, bij uitstek de vertrouwenspersoon van de klant, hem op het hart drukt dat het echt in zijn belang is om een bepaalde keuze te maken, dan zal de klant dat advies ter harte nemen.

Robin van Beem is Manager Zakelijk – Advocaat bij BrandMR.

Reactie toevoegen

 
Meer over
Adviseur hoefde termijn niet te bewaken

Adviseur hoefde termijn niet te bewaken

(Kifid-uitspraak GC 2026-0420) De consument heeft op 1 december 2017 waterschade geleden aan zijn woning en deze schade gemeld bij de verzekeraar. Deze schade...

Verzekeraar hoefde niet te wijzen op gevolgen voor huurtoeslag

Verzekeraar hoefde niet te wijzen op gevolgen voor huurtoeslag

(Kifid-uitspraak GC 2026-0403) De consument verwijt de uitvaartverzekeraar dat hij haar er niet op heeft gewezen dat de verandering van het fiscale regime mogelijk...

BrandMR: modernisering advocatuur noodzakelijk

BrandMR: modernisering advocatuur noodzakelijk

BrandMR onderschrijft de conclusies van het WODC-onderzoek om de advocatuur te morderniseren en roept de Nederlandse Orde van Advocaten, het ministerie van...

Zorgplicht bij meeneemhypotheek

Zorgplicht bij meeneemhypotheek

(Christel van Bommel-Versluijs, BrandMR, in Ken je vak! VVP 1-2026) De huidige hypotheek meenemen lijkt een goede en logische keuze als een klant gaat verhuizen....

En de twaalf genomineerden voor de Advies Awards 2026 zijn…

En de twaalf genomineerden voor de Advies Awards 2026 zijn…

De jury van de VVP Advies Awards 2026 heeft de namen bekend gemaakt van de meest klantgerichte advieskantoren van Nederland in de categorieën Kleine advieskantoren,...

Spotters en jury hebben genomineerden Advies Awards 2026 in het vizier

Spotters en jury hebben genomineerden Advies Awards 2026 in het vizier

De zoektocht naar de beste advieskantoren van Nederland is in volle gang.  Maar liefst 37 spotters (experts uit de haarvaten van het adviesvak) leverden recent...

Zorgplicht niet geschonden

Zorgplicht niet geschonden

(Kifid-uitspraak GC 2026-0327) In deze klacht staat de vraag centraal of de adviseur een zorgplicht heeft geschonden door er niet voor te zorgen dat er een overlijdensdekking...

Niet gebruikelijk dat adviseur alle dekkingsuitsluitingen bespreekt

Niet gebruikelijk dat adviseur alle dekkingsuitsluitingen bespreekt

(Kifid-uitspraak GC 2026-0307) De consument heeft via de tussenpersoon verschillende verzekeringen afgesloten bij dezelfde verzekeraar. In 2021 heeft de consument...

Het belang van de SVI

Het belang van de SVI

(Lisa Sjaardema, BrandMR, in Ken je vak! VVP 1-2026) Kim fietst ’s ochtends met haar drie kinderen in de bakfiets naar school. Een onverwachte manoeuvre...

Klant die werkgeversverklaring wijzigde haalt bakzeil

Klant die werkgeversverklaring wijzigde haalt bakzeil

(Kifid-uitspraak GC 2026-0273) De Geschillencommissie is van oordeel dat niet is vast komen te staan dat de adviseur de consument onder druk heeft gezet om...