Bank niet verplicht tot ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid

Kifid 2017 (deel logo)

De geldverstrekker is niet verplicht de ex-partner van de klagende consument uit de hoofdelijkheid te ontslaan, aldus de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening (Kifid) in UItspraak 2019-133. De Commissie overweegt dat ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijk dient te worden gezien als “een wijziging van de bestaande geldleningsovereenkomst. Voor een dergelijke wijziging is instemming van de Bank noodzakelijk, tenzij het onthouden van die instemming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 BW). In het verlengde daarvan kan de Bank worden gedwongen mee te werken aan het verzoek van Consument, indien sprake is van ‘onvoorziene omstandigheden van dien aard dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten’ (artikel 6:258 lid 1 BW).

“De wens van Consument om zijn ex-partner uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan, komt voort uit het verbreken van de relatie. Een dergelijke omstandigheid komt in beginsel niet voor rekening van de Bank en is geen onvoorziene gebeurtenis zoals bedoeld in bovengenoemd wetsartikel. Mede gezien de financiële situatie van Consument en zijn ex-partner, die buiten de invloedsfeer van de Bank ligt, en de noodzaak de woning te verkopen, heeft de Bank naar het oordeel van de Commissie een redelijk belang bij het behoud van verhaalsmogelijkheden op beide hoofdelijk schuldenaren. Ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid is bovendien een bevoegdheid van de Bank, niet een verplichting. De Bank is dan ook niet gehouden de ex-partner uit de hoofdelijkheid te ontslaan. De Commissie komt tot de conclusie dat dit klachtonderdeel ongegrond is.”

Reactie toevoegen

 
Meer over