Jongeren pleiten voor algemene pensioenplicht

Nieuwspoort logo

De jongerenorganisatie van de coalitiepartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie pleiten voor de invoering van een algemene pensioenplicht, persoonlijke potten met behoud van solidariteit en beëindiging van de eenzijdige inkomensoverdracht van oud naar jong via de doorsneepremie.

Dit bleek tijdens een bijeenkomst van PriceWaterhouseCoopers en het Verbond van Verzekeraars.in Nieuwspoort. olgens de jongerenorganisaties dreigt de hervorming te verzanden nu de deadline die het kabinet aan sociale partners had gesteld is verstreken zonder dat er resultaat is geboekt. De jongerenorganisaties hebben elkaar gevonden in een pleidooi voor de invoering van een algemene pensioenplicht, persoonlijke potten met behoud van solidariteit en beëindiging van de eenzijdige inkomensoverdracht van oud naar jong via de doorsneepremie.

In hun gezamenlijke verklaring stellen de partijen dat aanpassing van het stelsel nodig is omdat niet meer helder is wie waar aanspraak op kan maken, Nederland demografisch is veranderd en de aansluiting van het stelsel met de arbeidsmarkt is zoekgeraakt. “Belangrijke solidariteit moet gehandhaafd worden, maar aan onduidelijke anonieme potten moet een einde komen ’’ aldus Daan Looij, Dennis van Driel, Mark van de Fliert en Jarin van der Zanden. van de JOVD, JD, CDJA, Perspectief.

Reactie toevoegen

 

Reacties

H. Bollema - Stichting Pensioenbehoeud 12 april 2018

Stop bangmakerij over pensioenopbouw met doorsneepremie Hieronder staat een iets ingekorte versie van het artikel in het Financieel Dagblad van 9 april 2018 , waarin Bernard van Praag en Henk Hemmers korte metten maken met de onzin over de doorsneepremie. De doorsneepremie houdt in dat jonge en oude werknemers hetzelfde premiepercentage betalen over hun pensioengrondslag voor dezelfde pensioenopbouw. Een redelijk en acceptabel systeem, zo blijkt uit onze berekeningen. Het kabinet meent dat door de doorsneepremie de jongeren voor dezelfde pensioenopbouw meer zouden betalen dan de ouderen omdat de betaalde premie langer rente kan opbrengen, waardoor de jongeren de ouderen zouden subsidiëren. Een degressieve pensioenopbouw zou daarvoor de oplossing zijn. Het kabinet maakt zich sterk in de regeringsverklaring om daarom het systeem van de doorsneepremie af te schaffen. De vraag is echter of die uitgesproken mening over de doorsneepremie wel juist is. Pensioenopbouw is een vorm van sparen, waarmee wij een pensioenvermogen opbouwen en in de laatste fase van ons leven dat weer opeten. Wij hebben dit tijdelijk toevertrouwd aan een fonds ,maar daarmee is het nog steeds ons economisch eigendom. De Hoge Raad heeft dit in een arrest van 3 februari 2012 nog eens expliciet vastgesteld. Stel dat wij gedurende 40 jaar, van ons 25ste tot ons 65ste, een pensioenpremie van € 5000 jaarlijks aan het fonds ter beschikking stellen, dan zijn niet alleen de betaalde premies van ons, in totaal €200.000. Ook het daarop gemaakte rendement blijft van ons, ook al laten wij het in beheer van het pensioenfonds, die het in het algemeen beter kan beleggen dan wij zelf kunnen. Onze grote pensioenfondsen maken jaarlijks na aftrek van kosten gemiddeld minstens 5% nettorendement. Het pensioenvermogen is dan na 40 jaar aangegroeid tot circa €630.000, een hele berg dus. Wij hebben naast onze premie in contanten dus nog circa €430.000 gespaard, geld dat we in het fonds hebben laten ‘zitten’. Dit zijn verborgen besparingen. Wanneer we dit jaar voor jaar bekijken, dan hebben we dus in het eerste jaar €5000 betaald, maar in het tweede jaar €5000 plus €250, rekening houdend met het rendement over de reeds belegde €5000. Zo gaat dat jaar na jaar door. Omdat het pensioenvermogen steeds groter wordt, wordt ook het rendement daarop steeds meer en in het laatste jaar voor pensionering is dat opgelopen tot ongeveer €35.000. In het laatste jaar betalen we dan dus eigenlijk een slordige €40.000. De mening dat de doorsneepremie ook een gelijke jaarlijkse inleg impliceert, kan dus bestempeld worden als flauwekul. Ouderen betalen, als we het verborgen rendement meetellen, altijd meer dan jongeren. Er zijn wel degelijk scenario's waarbij ‘uitvreten’ een reële mogelijkheid is. Bij de huidige premiepercentages, opbouw en rendementen, lijkt dit echter bangmakerij die niet met feiten kan worden onderbouwd. Houd dus op met die onzin. Drs.H.B.S.Hemmers is wis- en natuurkundige en oud-medewerker bij Thales Nederland. Prof.dr. B.M.S. van Praag is emeritus universiteitshoogleraar Toegepaste Economie aan de UvA en is door de Nederlandse Bond Pensioenbelangen gekandideerd voor het Verantwoordingsorgaan van het ABP

H. Bollema - Stichting Pensioenbehoeud 12 april 2018

Stop bangmakerij over pensioenopbouw met doorsneepremie Hieronder een iets ingekorte versie van het artikel in het Financieel Dagblad van 9 april 2018. Ik hoop dat de jongeren de moeite nemen zich te verdiepen in de pensioentechniek. Dat zal hun ogen openen. De doorsneepremie houdt in dat jonge en oude werknemers hetzelfde premiepercentage betalen over hun pensioengrondslag voor dezelfde pensioenopbouw. Een redelijk en acceptabel systeem, zo blijkt uit onze berekeningen. Het kabinet meent dat door de doorsneepremie de jongeren voor dezelfde pensioenopbouw meer zouden betalen dan de ouderen omdat de betaalde premie langer rente kan opbrengen, waardoor de jongeren de ouderen zouden subsidiëren. Een degressieve pensioenopbouw zou daarvoor de oplossing zijn. Het kabinet maakt zich sterk in de regeringsverklaring om daarom het systeem van de doorsneepremie af te schaffen. De vraag is echter of die uitgesproken mening over de doorsneepremie wel juist is. Pensioenopbouw is een vorm van sparen, waarmee wij een pensioenvermogen opbouwen en in de laatste fase van ons leven dat weer opeten. Wij hebben dit tijdelijk toevertrouwd aan een fonds ,maar daarmee is het nog steeds ons economisch eigendom. De Hoge Raad heeft dit in een arrest van 3 februari 2012 nog eens expliciet vastgesteld. Stel dat wij gedurende 40 jaar, van ons 25ste tot ons 65ste, een pensioenpremie van € 5000 jaarlijks aan het fonds ter beschikking stellen, dan zijn niet alleen de betaalde premies van ons, in totaal €200.000. Ook het daarop gemaakte rendement blijft van ons, ook al laten wij het in beheer van het pensioenfonds, die het in het algemeen beter kan beleggen dan wij zelf kunnen. Onze grote pensioenfondsen maken jaarlijks na aftrek van kosten gemiddeld minstens 5% nettorendement. Het pensioenvermogen is dan na 40 jaar aangegroeid tot circa €630.000, een hele berg dus. Wij hebben naast onze premie in contanten dus nog circa €430.000 gespaard, geld dat we in het fonds hebben laten ‘zitten’. Dit zijn verborgen besparingen. Wanneer we dit jaar voor jaar bekijken, dan hebben we dus in het eerste jaar €5000 betaald, maar in het tweede jaar €5000 plus €250, rekening houdend met het rendement over de reeds belegde €5000. Zo gaat dat jaar na jaar door. Omdat het pensioenvermogen steeds groter wordt, wordt ook het rendement daarop steeds meer en in het laatste jaar voor pensionering is dat opgelopen tot ongeveer €35.000. In het laatste jaar betalen we dan dus eigenlijk een slordige €40.000. De mening dat de doorsneepremie ook een gelijke jaarlijkse inleg impliceert, kan dus bestempeld worden als flauwekul. Ouderen betalen, als we het verborgen rendement meetellen, altijd meer dan jongeren. Er zijn wel degelijk scenario's waarbij ‘uitvreten’ een reële mogelijkheid is. Bij de huidige premiepercentages, opbouw en rendementen, lijkt dit echter bangmakerij die niet met feiten kan worden onderbouwd. Houd dus op met die onzin. Drs.H.B.S.Hemmers is wis- en natuurkundige en oud-medewerker bij Thales Nederland. Prof.dr. B.M.S. van Praag is emeritus universiteitshoogleraar Toegepaste Economie aan de UvA en is door de Nederlandse Bond Pensioenbelangen gekandideerd voor het Verantwoordingsorgaan van het ABP

Meer over
Verbond pleit voor proportioneel pakket Solvency II

Verbond pleit voor proportioneel pakket Solvency II

Voor kleine en middelgrote verzekeraars met een premie-inkomen tussen de tien en vijftig miljoen euro moeten de nalevings-, en rapportagelasten binnen het Europese...

Vijftig financiële instellingen tekenen voor klimaatdoelen

Vijftig financiële instellingen tekenen voor klimaatdoelen

Zo'n vijftig banken, verzekeraars, pensioenfondsen en vermogensbeheerders en hun koepels hebben zich gecommitteerd aan de klimaatdoelen van het kabinet. De financiële...

Grote impact zware stormen op schadeverzekeraars

Grote impact zware stormen op schadeverzekeraars

Twee zware stormen op 3 en 18 januari vorig jaar hebben een forse impact gehad op Nederlandse schadeverzekeraars en levensverzekeraars hadden in 2018 te maken met...

Adfiz en OvFD: efficiënte uniforme aanpak aflossingsvrij helaas onmogelijk

Adfiz en OvFD: efficiënte uniforme aanpak aflossingsvrij helaas onmogelijk

Volgens Adfiz en OvFD is het niet mogelijk gebleken om sectorbreed tot een uniforme en efficiënte samenwerking te komen in het aflossingsvrij-dossier. Geldverstrekkers...

Verbond sluit samenwerkingsovereenkomst met InsurTech Hub München

Verbond sluit samenwerkingsovereenkomst met InsurTech Hub München

Het Verbond van Verzekeraars heeft woensdag een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met InsurTech Hub München. De laatste is een ondernemingsplatform met...

Verbond: Commissie Borstlap biedt goede aanzet voor toekomstbestendige arbeidsmarkt

Verbond: Commissie Borstlap biedt goede aanzet voor toekomstbestendige arbeidsmarkt

De commissie Borstlap biedt in de tussenrapportage over de regulering van werk goede aanzetten voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt, vindt het Verbond van...