Kifid: geen schade vermeende tekortkoming adviseur dan ook geen vordering

Kifid 2024

(Kifid-uitspraak GC 2025-0686)  De commissie moet beoordelen of De Hypotheker Arnhem Centrum een onjuist advies heeft gegeven aan de consument, door bij de advisering ten onrechte uit te gaan van een te lange periode waarover de hypotheekrente nog aftrekbaar zou zijn. Ook moet de commissie beoordelen of het advies om de beleggings­verzekering af te kopen en daarmee een deel van de hypothecaire geldlening af te lossen, onjuist is geweest.

De consument is in 2006 na advies van de adviseur, een hypothecaire geldlening aangegaan. Ter aflossing van deze geldlening is hij een beleggingsverzekering aangegaan, bij Delta Lloyd. Het gaat om een Combiplusverzekering met ingangsdatum 13 september 2006 en einddatum 13 september 2036.

Bij leven op de einddatum was een kapitaal verzekerd ter grootte van de tegenwaarde in euro’s van de toegekende participaties. Bij overlijden van de consument of zijn echtgenote voor de einddatum was een kapitaal verzekerd van € 75.000,-.

In 2020 heeft de consument opnieuw advies gevraagd van de adviseur, omdat hij zijn hypotheek wilde oversluiten. De Hypotheker Arnhem Centrum heeft geadviseerd de hypothecaire geldlening over te sluiten en onder te brengen bij een nieuwe geldverstrekker. Daarbij heeft de adviseur geadviseerd de beleggingsverzekering af te kopen en de opbrengst daarvan te gebruiken om een deel van de nieuwe geldlening af te lossen. In de financieringsopzet heeft de adviseur ten slotte een overzicht van de maandlasten opgenomen, waarbij wordt uitgegaan van aftrekbaarheid van de hypotheekrente tot aan 2036.

De consument heeft in mei 2020 de hypothecaire geldlening overgesloten, waarbij hij een geldlening is aangegaan van € 340.000,- en een annuïtaire lening van € 29.932,-. De beleggingsverzekering is afgekocht per 13 september 2020. De afkoopwaarde van € 34.369,94 heeft hij gebruikt om op de hypothecaire geldlening in te lossen. Daarbij is het annuïtaire deel van de geldlening volledig afgelost.

Volgens de consument heeft de adviseur in 2020 een onjuist advies gegeven om de bestaande polis te beëindigen. De beleggingsverzekering leverde een gemiddeld rendement op van meer dan 5% en de netto te betalen hypotheekrente ca. 1% is voor 30 jaar. Daarnaast is de hypotheek voor 30 jaar vastgezet, terwijl voor in ieder geval een deel van € 150.000,- , nog maar renteaftrek was voor 8 jaar. In 1998 hadden de consument en zijn echtgenote al een hypothecaire geldlening afgesloten van € 150.000,- . De renteaftrek eindigt voor dat deel dan ook in 2028. In 2006 heeft de consument een hypothecaire geldlening afgesloten van bijna € 370.000,- . Over een bedrag van € 220.000,- was toen nog 30 jaar recht op renteaftrek. In 2020 dus nog 16 jaar. De adviseur vermeldt ten onrechte dat over een bedrag van € 369.932,- nog recht op renteaftrek bestaat van 197 maanden (16 jaar en 5 maanden). De adviseur was van een en ander op de hoogte, omdat deze zelf in 2006 het hypotheekadvies heeft verstrekt. Toch staat in het adviesrapport van 2020 dat de rente nog aftrekbaar is voor 197 maanden.

De consument stelt als gevolg van het advies schade te lijden, die bestaat in het moeten betalen van niet aftrekbare rente. Omdat dit in de toekomst zal plaatsvinden, heeft de consument het bedrag contant gemaakt. Zo komt hij tot een vordering van € 18.666,23. Ook heeft de consument de schade die hij lijdt als gevolg van de afkoop van de beleggingsverzekering berekend aan de hand van het gemiddeld historisch rendement van 5,3%, waarbij hij weer (een deel van) het bedrag contant heeft gemaakt. Hij komt tot een vordering van € 31.168,71,-. Verder vordert de consument de door de adviseur in rekening gebrachte kosten ter hoogte van € 3.450,- terug. Ten slotte vordert hij een vergoeding voor bijstand door de Stichting Woekerclaims, ter hoogte van € 3.500,-.

Kifid stelt dat partijen het erover eens zijn dat over het in 1998 afgesloten hypotheekdeel van € 150.000,- nog rente kan worden afgetrokken tot in 2031. De rente over de rest van de hypothecaire geldlening was aftrekbaar tot 2036. De adviseur is dan ook alleen ten aanzien van het eerstgenoemde hypotheekdeel uitgegaan van onjuiste gegevens. Het gaat in dit geval om aftrekbaarheid van de rente gedurende 11 jaar in plaats van 16 jaar. Voor zover deze fout tot een onjuist advies heeft geleid, is naar het oordeel van de commissie niet komen vast te staan dat dit voor de consument nadelige gevolgen heeft gehad. De consument heeft niet gesteld wat hij zou hebben gedaan als de adviseur ten aanzien van eerstgenoemd hypotheekdeel had geïnformeerd dat de rente nog tot 2031 aftrekbaar zou zijn geweest, in plaats van 2036. Hij heeft niet gesteld of aannemelijk gemaakt of hij de hypothecaire geldlening dan op andere voorwaarden had overgesloten. De commissie acht dit vanwege de beperkte periode van 5 jaar waar het om gaat, de wens van de consument om een voordeliger hypotheek af te sluiten en de rente voor 30 jaar vast te zetten, ook onvoldoende aannemelijk. Het is dan ook niet komen vast te staan dat de gestelde tekortkoming schade tot gevolg heeft gehad. De vordering stuit hierop af.

De consument heeft bovendien al eerder een klacht over de beleggingsverzekering ingediend, waarover de Commissie van Beroep heeft geoordeeld in de uitspraak met nummer CvB Kifid 2024-0069. De klacht hield kort gezegd in dat de adviseur had nagelaten de consument op tijd een deugdelijk hersteladvies voor de verzekering te verstrekken. De Commissie van Beroep heeft geoordeeld dat op de adviseur vanaf 2013 de plicht rustte om de consument voor een hersteladvies te benaderen. Had de adviseur dit gedaan, dan was het volgens de Commissie van Beroep aannemelijk dat de consument de verzekering eerder had beëindigd. Daarmee zou de consument volgens de Commissie van Beroep kosten hebben uitgespaard waarmee hij kapitaal had kunnen opbouwen. Omdat het niet goed mogelijk was deze schade concreet vast te stellen, heeft de Commissie van Beroep het door de consument gevorderde bedrag van € 3.500,- toegewezen.

De huidige klacht van de consument houdt in dat de adviseur in 2020 niet had mogen adviseren de  beleggingsverzekering af te kopen. De consument heeft echter een schadevergoeding toegewezen gekregen gebaseerd op een oordeel dat hij – als de adviseur aan zijn verplichting had voldaan om hersteladvies te geven – de verzekering al veel eerder zou hebben afgekocht.

Dit staat toewijzing van de huidige vordering in de weg. 

Naar het oordeel van de commissie is niet komen vast te staan dat de door de consument gestelde tekortkoming schade tot gevolg heeft gehad. Een eerdere uitspraak van de Commissie van Beroep staat in de weg aan toewijzing van de vordering met betrekking tot het advies de beleggingsverzekering af te kopen.

Reactie toevoegen

 
Kifid: eis schadevergoeding noodzakelijk bij klacht

Kifid: eis schadevergoeding noodzakelijk bij klacht

(Kifid-uitspraak GC 2026-0097, bindend) Een consument stelt dat adviseur A. van de Hoef Verzekeringen uit Scherpenzeel ten onrechte haar schadeclaim niet bij...

Tevredenheid financiële dienstverleners over Kifid opnieuw gegroeid

Tevredenheid financiële dienstverleners over Kifid opnieuw gegroeid

De tevredenheid van financiële dienstverleners over het financiële klachteninstituut Kifid is ook vorig jaar weer iets gegroeid. In 2025 waarderen zij...

Kifid: beroep op rechtsverwerking slaagt

Kifid: beroep op rechtsverwerking slaagt

(Kifid-uitspraak GC 2026-0092, bindend) De consument heeft samen met haar ex-partner in 2001 een consumptief krediet afgesloten bij SNS Bank. In de periode 2011...

"Doorstromende ouderen dupe van beperking aflossingsvrij"

"Doorstromende ouderen dupe van beperking aflossingsvrij"

"Oudere woningbezitters met een (deels) aflossingsvrije hypotheek die willen doorstromen van een grotere eengezinswoning naar een kleinere koopwoning, krijgen door...

Kifid: geschil over maandlasten beslecht in voordeel van adviseur

Kifid: geschil over maandlasten beslecht in voordeel van adviseur

(Kifid-uitspraak GC 2026-0026) De consumenten menen dat De Hypotheker Voorburg zijn zorgplicht heeft geschonden. Zij stellen onder meer dat de adviseur hen onjuist...

Onzekerheid over verduurzaming remt aanvragen woningverbetering

Onzekerheid over verduurzaming remt aanvragen woningverbetering

De Hypotheker ziet dat het aantal aanvragen voor woningverbetering terugloopt. Mark de Rijke, commercieel directeur: “Dat is zorgelijk, want juist verduurzaming...

Kifid: initiatief verlaging risico-opslag ligt bij consument

Kifid: initiatief verlaging risico-opslag ligt bij consument

(Kifid-uitspraak GC 2025-0965) Consumenten beklagen zich erover dat Florius de getaxeerde woningwaarde na verbouwing niet heeft verwerkt, waardoor zij vanaf 2022...

Kifid: "Adviseur schendt zorgplicht door niet vastleggen gesprekken"

Kifid: "Adviseur schendt zorgplicht door niet vastleggen gesprekken"

(Kifid-uitspraak GC 2025-0932) De consument verwijt Tardro Financiële Dienstverlening dat deze hem in 2023 onjuist heeft geadviseerd over de risico’s...

Kifid: AVP dekt schade door opgevoerde fatbike niet

Kifid: AVP dekt schade door opgevoerde fatbike niet

(Kifid-uitspraak GC 2025-0869) Een 12-jarige botst met zijn fatbike op een scooter. De scooterrijder stelt de vader van de 12-jarige aansprakelijk voor de schade....

Kifid: maak de ORV altijd onderwerp van gesprek

Kifid: maak de ORV altijd onderwerp van gesprek

"Praten over de dood is misschien ongemakkelijk. Toch moeten financieel adviseurs en ook verzekeraars het gesprek over de ORV vaker en nadrukkelijker voeren", aldus Eveline...