AFM mag handelen met fictieve identiteit

Venetiaans masker via Pixabay

Toezichthouders die zich bezig houden met consumentenbescherming, waaronder de AFM, mogen vanaf begin 2020 handelen met een fictieve identiteit (anoniem toezicht). Het wetsvoorstel terzake ligt momenteel ter consultatie voor (sluitingsdatum 14 september).

De nieuwe bevoegdheid wordt in Nederland ingevoerd op grond van verordening (EU) 2017/2394 (CPC-verordening), die handhaving van grensoverschrijdende inbreuken op consumentenrechten beoogt te versterken. Hoewel de oude verordening daar niet toe verplichtte, konden ACM en AFM hun bevoegdheden ook toepassen ten aanzien van inbreuken die uitsluitend een nationaal karakter hebben, dat wil zeggen Nederlandse handelaren die jegens Nederlandse consumenten de consumentenregels overtreden. Deze keuze handhaaft het kabinet bij de nieuwe verordening.

Daardoor kan het gebeuren dat ook alleen in Nederland werkzame financiële dienstverleners straks worden benaderd door een AFM-medewerker die zich onder een verzonnen naam uitgeeft als bijvoorbeeld hypotheekconsument.

De minister van Economische Zaken: “Wanneer een toezichthouder handelt met een fictieve identiteit, als ware hij een consument, verricht hij handelingen ten aanzien van een handelaar zonder zich bekend te maken als toezichthouder. Daarbij kan het niet alleen gaan om rechtshandelingen, zoals het sluiten van een overeenkomst tot koop of het afnemen van een dienst, of het doen van een verzoek tot vergoeding van schade aan de handelaar vanwege een wanprestatie, maar ook om andere feitelijke handelingen. Gedacht kan worden aan het voeren van oriënterende gesprekken met een handelaar. Om bijvoorbeeld een afspraak te kunnen maken voor een gesprek over financiële dienstverlening, zoals het afsluiten van een hypotheek, is het vaak nodig om een naam en adres op te geven. Om te voorkomen dat de handelaren hun werkwijze zo inrichten dat een toezichthouder als zodanig wordt herkend en vervolgens wordt misleid, is het nodig dat toezichthouders niet als zodanig door de handelaar kunnen worden herkend. Daarom moeten de toezichthouders gebruik kunnen maken van gegevens die niet herleidbaar zijn tot de bevoegde autoriteit. Ook moet de toezichthouder bij onderzoek op internet kunnen inloggen als ware hij een consument. Hiervoor kan het nodig zijn dat hij onvolledige of onjuiste gegevens over zijn identiteit verstrekt.”

Nodig en proportioneel

Het kabinet bekleedt anoniem toezicht met extra waarborgen: “Uitgangspunt is dat het gebruik van een fictieve identiteit nodig en proportioneel moet zijn, zowel ten aanzien van de zwaarte van de overtreding als de mogelijkheden om alternatieve toezichtsbevoegdheden in te zetten. De eis van noodzaak en proportionaliteit volgt uit artikel 5:13 van de Algemene wet bestuursrecht en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.”

Bovendien acht het kabinet het “wenselijk om de wijze waarop deze vorm van toezicht wordt uitgeoefend met nadere waarborgen te bekleden in het belang van degene op wie het onderzoek betrekking heeft. Dit is in lijn met het wetsvoorstel over het organiseren van kansspelen op afstand, waarin is voorzien in dergelijke waarborgen.

“Met het oog op een eerlijk proces mag er bij het gebruik van een fictieve identiteit geen sprake zijn van uitlokking: een toezichthouder mag een handelaar niet tot andere overtredingen van de consumentenregelgeving brengen dan waarop diens opzet was gericht en zijn handelspraktijk is ingericht.

“Tot slot dient de handelwijze van de toezichthouder achteraf toetsbaar te zijn voor een rechter, wanneer deze moet oordelen over een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke herstelsanctie of een bestuurlijke boete die is gebaseerd, of mede is gebaseerd, op bewijs dat door middel van deze methode is verkregen. Dat kan worden bewerkstelligd door de plicht voor een toezichthouder tot het opstellen van een verslag waarin hij meldt wat hem is gebleken en wat er verder tijdens dat onderzoek is voorgevallen.”

Online interfaces en domeinnamen

De nieuwe verordening voorziet ook in bevoegdheden ten aanzien van online interfaces en domeinnamen. Bij inbreuken op het consumentenrecht mogen toezichthouders (in Nederland gaat het specifiek om ACM en AFM) de aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst of een instantie die domeinnamen registreert aanspreken, als de handelaar niet reageert op verzoeken van de toezichthouder of zich schuil houdt. Waarbij de rechter-commissaris van de strafkamer bij de rechtbank Rotterdam vooraf machtiging moet verlenen.

De minister: “De nieuwe verordening vereist dat de bevoegde autoriteiten in de digitale omgeving snel en doeltreffend een einde kunnen maken aan inbreuken op regels ter bescherming van consumentenbelangen, met name wanneer een handelaar zijn identiteit verbergt of zich elders vestigt binnen de Unie of in een derde land, om zo aan handhaving te ontkomen. In gevallen waarin het risico bestaat op ernstige schade voor de collectieve consumentenbelangen moeten de bevoegde autoriteiten op grond van de verordening maatregelen kunnen nemen, waaronder het verwijderen van inhoud van een online interface of gelasten dat een duidelijk zichtbare waarschuwing wordt getoond wanneer consumenten zich toegang tot de online interface verschaffen.

“Het kabinet schat in dat de bevoegde autoriteiten spaarzaam toepassing zullen geven aan deze nieuwe voorgestelde bevoegdheid en dat er dus weinig beroep zal hoeven te worden gedaan op de rechter-commissaris. Het gaat hier immers om een handhavingsinstrument dat alleen mag worden toegepast als laatste middel, wanneer er sprake is van een dreiging van ernstige schade aan collectieve belangen van consumenten.”

Verwacht wordt dat de nieuwe bevoegdheid onder meer nuttig zal blijken in de strijd tegen aanbieders van ontoelaatbare ‘flitskredieten’.

 

Reactie toevoegen

 
Lees meer over