Wet voor meer zekerheid voor flexwerkers in consultatie
De wet Meer zekerheid flexwerkers is in internetconsultatie gegaan. Het is de eerste wet van het door het inmiddels gevallen kabinet in april gepresenteerde pakket met maatregelen voor meer zekerheid voor werkenden en meer wendbaarheid voor ondernemers.
In de wet staan strengere regels voor tijdelijke contracten en een versterking van de positie van oproep- en uitzendkrachten.
Als het nieuwe kabinet de wet overneemt, is het straks niet meer mogelijk om na zes maanden ‘pauze’ iemand weer opnieuw op tijdelijke basis aan te nemen als diegene al drie jaar tijdelijk bij een werkgever gewerkt heeft. De werkgever hoort daarna gewoon een vast contract te geven.
Nulurencontracten worden afgeschaft. Er komen (vaste en tijdelijke) basiscontracten met een minimumaantal uur waarvoor werkenden ten minste worden ingeroosterd, die bovendien stabiel betaald worden. Ook wordt er een norm gesteld aan de extra beschikbaarheid, waarbij buiten deze beschikbaarheid geen verplichting is om te komen werken. Om werkgevers te stimuleren mensen op een basiscontract te laten doorstromen naar een vast contract, is het voornemen om het basiscontract voor onbepaalde tijd onder de lage WW-premie te brengen. Dan zijn werkgevers dus minder kwijt aan de premies.
Uitzendwerk
Er blijft ruimte voor uitzendwerk, maar er mag geen concurrentie op arbeidsvoorwaarden zijn tussen uitzendkracht en een werknemer die direct bij de inlener werkt. Uitzendkrachten en werknemers bij het inlenende bedrijf moeten dus ten minste hetzelfde verdienen voor hetzelfde werk en gelijkwaardig worden behandeld. Daarnaast worden de meest onzekere uitzendfasen verkort: fase A gaat van 78 weken naar 52 weken en fase B van zes contracten in vier jaar naar zes contracten in twee jaar. Na deze periode moet de uitzendkracht een vast contract krijgen bij het uitzendbureau.
Voor scholieren en studenten met een bijbaan gelden straks andere regels. Zo mogen zij straks gewoon op oproepbasis blijven werken, en kunnen zo hun werk mee laten fluctueren met toetsweken en vakanties. Verder geldt voor scholieren tot achttienjarige leeftijd met een bijbaan momenteel geen ketenbepaling. Dat blijft zo. Voor scholieren van achttien jaar en ouder en studenten met een bijbaan zal straks een korte onderbrekingstermijn van zes maanden gelden. Dit laatste geldt ook bij uitzenden in zowel Fase A als Fase B. Beide groepen zijn voor hun levensonderhoud vaak niet primair afhankelijk van wat ze verdienen met de bijbaan.
Ook voor seizoensarbeid geldt een uitzondering op de ketenbepaling en dat blijft zo, omdat dit werk niet het hele jaar door gedaan kan worden. Bij cao kan een onderbrekingstermijn van drie maanden worden afgesproken voor functies die maximaal negen maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend.
Reactie toevoegen
Meer over
MELD JE AAN! VVP-event Inkomen 2026
MELD JE AAN! VVP organiseert woensdagmiddag 1 juli bij AFAS in Leusden haar jaarlijkse kennisevent Inkomen. Met als vertrouwde sprekers Janthony Wielink (Enkwest)...
FNV, CNV en VCP stellen ultimatum aan het kabinet
Vakbonden FNV, CNV en VCP stellen een ultimatum aan het kabinet naar aanleiding van het regeerakkoord van 30 januari 2026. Als het kabinet de voorgestelde bezuinigingen...
UWV: grote uitvoeringsrisico's bij Wpc
UWV is in haar uitvoeringstoets kritisch op het conceptwetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis (Wpc). “De eerlijkheid gebiedt ons bij u aan te geven”,...
Regeling voor kwijtschelden WIA-voorschotten in consultatie
Zieke werknemers hoeven het voorschot dat ze krijgen in afwachting van hun beoordeling voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering niet terug te betalen als later...
Latere inwerkingtreding wetsvoorstel Compensatieregeling LAO
Het wetsvoorstel om de Compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers te beperken, treedt later in werking dan...
Ondersteuning van werkgevers om personeel in tijden van crisis te behouden
In een toekomstige crisissituatie zoals uitval van vitale infrastructuur, een pandemie of uitzonderlijke weersomstandigheden krijgen werkgevers meer mogelijkheden...
AO-risico nog altijd zwaar onderschat
(Uit VVP 1-2026) “Mensen realiseren zich onvoldoende hoe groot de impact van arbeidsongeschiktheid op hun financiële situatie kan zijn. Als belangrijkste...
Beter een half ei dan een lege dop
(Annemieke Postema, AOVdokter en RADI AOV, in Ken je vak! VVP 1-2026) Hoe het ook verder gaat met de BAZ, het is raadzaam voor ondernemers ‘met een vlekje’...
Ziek? Dat gebeurt hier niet hoor
(Angelo Wiegmans, Bedrijf Plus, in Ken je vak! VVP 1-2026) Uit recent SEO-onderzoek blijkt dat gemiddeld ongeveer 60 procent van de werkgevers een verzuimverzekering...
(Jos Besselink, WijZijnLoek, in Ken je vak! VVP 1-2026) Sinds kort geef ik AOV-opleidingen. Ik vind dat waardevol werk, omdat het AOV-vak veel belangrijker is...










