Eiland geen opstal, beschoeiing wel

Eiland met vakantiehuis via Pixabay

Anders dan de rechtbank vindt het hof een eiland niet per se een opstal. Toch laat ook het hof de eigenaar van het eiland in de Vinkeveense Plassen net als de rechtbank opdraaien voor de letselschade van een bezoeker. De laatste stapte in een sinkhole en liep ernstig knieletsel op.

Het Gerechtshof Den Haag: "Met [appellante = de eigenaar] is het hof van oordeel dat het eiland als zodanig niet is te beschouwen als een opstal in de zin van art. 6:174 BW. Als niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist staat namelijk vast dat de grond waaruit het eiland bestaat altijd ter plaatse aanwezig is geweest en dat de oorspronkelijke bestemming en functie van het eiland die in het verleden door menselijk ingrijpen tot stand zijn gebracht (een legakker voor het drogen van in de omgeving gestoken turf), thans niet meer aanwezig zijn. Tegenwoordig heeft het eiland – onbetwist - de (duurzame) bestemming en functie van recreatie. Bovendien is het hof van oordeel dat de aangelegde beschoeiing, als kunstmatig element, op zichzelf onvoldoende is om te kunnen oordelen dat het eiland als geheel een opstal is in de zin van voormeld wetsartikel."

Het Hof volgt echter niet het door [appellante] tijdens het pleidooi ingenomen standpunt dat de vraag of de beschoeiing als zodanig een gebrekkige opstal is geen onderdeel vormt van het geschil. Het Hof: "[Appellante] heeft weliswaar bij pleidooi aangevoerd “dat het maar de vraag is of de beschoeiing een opstal is”, maar heeft niet toegelicht waarom dat niet het geval zou zijn. De beschoeiing is immers een duurzaam met de grond (van het eiland) verenigd werk als bedoeld in art. 6:174 BW lid 4, net als bijvoorbeeld een damwand. [Appellante] bestrijdt ook niet dat er op 20 juli 2016 sprake was van een gevaar, bestaande uit een (niet waarneembaar) gat langs de beschoeiing waardoor [geïntimeerde] ten val is gekomen, maar betwist alleen dat zij ten tijde van het ongeval met dat gevaar ter plaatse bekend was. Wetenschap van het gebrek is naar het oordeel van het hof echter geen vereiste voor het vestigen van aansprakelijkheid uit hoofde van art. 6:174 BW.

"Verder heeft [appellante] zelf voldoende kenbaar gemaakt dat (ten tijde van het ongeval) sprake was van een gebrekkige beschoeiing, en dat deze pas na het plaatsvinden van het ongeval is verbeterd. In haar inleiding bij de memorie van grieven heeft [appellante] immers gesteld dat zij destijds problemen ondervond als gevolg van een gebrekkige beschoeiing rondom het eiland. Het doel van beschoeiing is volgens haar dat deze bescherming biedt tegen het afkalven van de oever door het water. Aangezien de betreffende beschoeiing onvoldoende diepte had, ontstonden er achter die beschoeiing gaten onder de graszoden, aldus [appellante]. Het gebrek in de beschoeiing veroorzaakte dus gevaar voor personen in de vorm van sinkholes als de onderhavige. Tijdens de comparitie in eerste aanleg heeft [appellante] hierover verklaard: “Er zaten regelmatig gaten in de kant. Dit jaar is andere beschoeiing aangebracht. Er zaten te korte platen in, die gingen maar een klein stuk het water in. Nu zijn de platen verder in de grond gezet.” Het is niet relevant dat [appellante] niet is gestruikeld over de beschoeiing zelf; door het gebrek van de beschoeiing ontstond immers een gevaar in de vorm van gaten langs de beschoeiing. Daarmee is voldaan aan de vereisten van artikel 6:174 BW.

"Dat [appellante] ten tijde van het ongeval adequate maatregelen zou hebben genomen om de gevaarlijke toestand (te weten de te korte beschoeiingsplaten waardoor niet waarneembare gaten achter die beschoeiing ontstonden) te voorkomen of dat het treffen van afdoende maatregelen redelijkerwijs niet van [appellante] te vergen was, is niet (gemotiveerd) gesteld, noch anderszins gebleken. Integendeel, [appellante] heeft zelf aangevoerd dat zij pas na het ongeval maatregelen heeft genomen waarvan zij hoopt dat deze het probleem van het wegspoelen van grond (en het optreden van gaten achter de beschoeiing) afdoende zullen ondervangen, te weten het plaatsen van een beschoeiing met meer diepte.

"Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [appellante] als eigenaar van een werk (de beschoeiing) dat duurzaam is verenigd met de grond (van haar eiland) uit hoofde van art. 6:174 BW jegens [geïntimeerde] aansprakelijk is voor het hem overkomen ongeval."

 

Reactie toevoegen

 
Meer over
Sneller duidelijkheid voor letselschadeslachtoffers?

Sneller duidelijkheid voor letselschadeslachtoffers?

Zes aanbevelingen om de gehanteerde systematiek bij het bepalen van de rekenrente bij letselschade te verbeteren. Die doet hoogleraar economie prof. dr. Lex Hoogduin...

Financieel Fit draait ook in hoger beroep op voor schade na overtreden volmacht

Financieel Fit draait ook in hoger beroep op voor schade na overtreden volmacht

(Rechtspraak) De vraag ligt voor of Financial Fit haar volmacht heeft overschreden toen zij in 2018 met gebruikmaking van de volmacht een verzekeringsovereenkomst...

Assurantiekantoor moet uitkering ongevallenpolis doorgeven aan werknemer

Assurantiekantoor moet uitkering ongevallenpolis doorgeven aan werknemer

(Rechtspraak) Assurantiekantoor van 1887 moet de uitkering op de ongevallenpolis wegens blijvende invaliditeit doorbetalen aan de getroffen werknemer. Het feit dat...

Verzekeringnemer ten onrechte gemeld bij fraudeloket

Verzekeringnemer ten onrechte gemeld bij fraudeloket

(Rechtspraak) ABN Amro Schadeverzekeringen heeft in 2006 onrechtmatig gehandeld jegens een verzekeringnemer door zijn gegevens bij het fraudeloket van het Verbond...

Eindvonnis kantonrechter: ANWB mag geen verzekering eisen bij verzoek om pechhulp

Eindvonnis kantonrechter: ANWB mag geen verzekering eisen bij verzoek om pechhulp

(Rechtspraak) Vanwege een niet toegestane koppelverkoop vernietigt de kantonrechter de verzekeringsovereenkomst tussen ANWB en een automobilist die met pech langs...

Slechts één offerte met premiestijging tachtig procent is schending zorgplicht

Slechts één offerte met premiestijging tachtig procent is schending zorgplicht

(Rechtspraak) Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is van oordeel dat Finn is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen als tussenpersoon. Omdat Finn al...

Adviseur verzuimde autocrosser te wijzen op dekkingsuitsluitting

Adviseur verzuimde autocrosser te wijzen op dekkingsuitsluitting

(Rechtspraak) Ook in hoger beroep is het oordeel dat de adviseur verzuimde er op te wijzen dat er bij een autocrossongeval geen dekking is op de AOV. Het Gerechtshof...

Majoreren komt verzekeringnemer duur te staan

Majoreren komt verzekeringnemer duur te staan

(Rechtspraak) Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hof vindt voldoende aannemelijk dat verzekeringnemer na een stormschade opzettelijk ten onrechte de kosten van een...

Meer regie en duidelijkheid voor slachtoffers verkeersongeval

Meer regie en duidelijkheid voor slachtoffers verkeersongeval

Slachtofferhulp Nederland en Achmea helpen mensen met licht letsel na een verkeersongeval aan betere informatie en online hulp. Het eerste hulpmiddel is nu live:...

Polisdokter moet bewijzen dat klant polisblad ontvangen heeft

Polisdokter moet bewijzen dat klant polisblad ontvangen heeft

(Rechtspraak) Eiser heeft via gedaagde (de assurantietussenpersoon Polisdokter) een autoverzekering afgesloten. Nadat de auto is gestolen, heeft de verzekeraar geweigerd...