Schending zorgplicht kost hypotheekadviseur ton

(Kifid-uitspraak GC 2023-0244) Een hypotheekadviseur moet 100.000 euro vergoeden wegens schending van de zorgplicht.
De consumenten hebben, met advies en bemiddeling van de adviseur, een hypothecaire geldlening afgesloten. De hypothecaire geldlening bestaat uit verschillende leningdelen, met rentevaste periodes van tien en 20 jaar. De consumenten wilden eigenlijk langere rentevaste periodes, van 30 jaar. De adviseur had gezegd dat de rentevaste periode na het passeren van de hypotheek aangepast kon worden. Toen de consumenten hem vroegen dit te doen, ondernam de adviseur echter onvoldoende actie en vervolgens steeg de rente, zodat het te duur was om de rente nog te verlengen. De consumenten schatten hun schade op 100.000 euro. De adviseur heeft erkend dat hij anders had moeten handelen, maar betwist de hoogte van de schade van de consumenten. De Geschillencommissie heeft de partijen in de gelegenheid gesteld om tot een oplossing te komen, maar daarin zijn zij niet geslaagd. De commissie is van oordeel dat de vordering van de consumenten moet worden toegewezen, alleen de wettelijke rente wordt anders berekend.
De commissie is van oordeel dat "het door de consumenten geschatte schadebedrag van 100.000 euro bij gebrek aan serieuze betwisting van de adviseur, terwijl hij in de gelegenheid is gesteld om een adequate berekening en plan te maken om alsnog de rente voor 30 jaar vast te laten zetten, moet worden toegewezen. De consumenten hebben bovendien wettelijke rente over 233.000 euro gevorderd, vanaf 22 februari 2022. Wettelijke rente is verschuldigd in geval van vertraging in de voldoening van een geldsom (artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek). In dit geval moet de adviseur niet 233.000 euro voldoen, dus is dat bedrag geen juiste basis voor de berekening van de wettelijke rente. Bovendien wordt de wettelijke rente berekend over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening van de geldsom in verzuim is geweest. Op 22 februari 2022 was de schade nog geen 100.000 euro en was de adviseur nog niet in verzuim. De consumenten hebben op 14 april 2022 een klacht ingediend bij de adviseur. Die datum wordt daarom gehanteerd als startpunt voor de berekening van de wettelijke rente over het bedrag van 100.000 euro”.
Adviseur liet kwestie meermaals liggen
Tussen partijen staat vast dat lange rentevaste periodes een belangrijke wens was van de consumenten. Ook staat vast dat de adviseur toegezegd heeft dat zij na het afsluiten van de hypothecaire geldlening de rentevaste periodes konden verlengen; hij ging ervan uit dat dit bij deze geldverstrekker geen probleem zou zijn gelet op zijn ervaring bij andere geldverstrekkers. Vervolgens heeft de adviseur deze handeling pas na herhaaldelijke verzoeken van de consumenten in gang gezet. Nadat een offerte aangevraagd was bij de geldverstrekker, heeft de adviseur de kwestie weer laten liggen. Toen bleek dat de geldverstrekker een nieuwe inkomenstoets wilde uitvoeren, was het aan de adviseur om hierover contact op te nemen met de consumenten en te onderzoeken of het inkomen inclusief freelance werk voldoende was. De adviseur heeft dit echter niet gedaan en de commissie is van oordeel dat de adviseur hiermee zijn zorgplicht jegens de consumenten geschonden heeft.
De adviseur voerde vergeefs aan dat de consumenten tot op heden nog voordeel hebben van de lage rente die op basis van een kortere rentevaste periode is overeengekomen, ten opzichte van een lening met langere rentevaste periodes. Daarbij is het onzeker hoe hoog de rente zal zijn na afloop van de geldende rentevaste periodes.
Reactie toevoegen
(Kifid-uitspraak GC 2026-0588) De verzekeraar mocht dekking weigeren op grond van roekeloos rijgedrag. De consument is op 11 juli 2024 van achteren aangereden en...
(Kifid-uitspraak GC 2026-0576) Een verzekeraar dient bij het bepalen van het aantal schadevrije jaren zich te laten leiden door de royementsgegevens uit Roy-Data....
Fiets op slot in tuin niet verzekerd
(Kifid-uitspraak GC 2026-0566) Een fiets op slot in de tuin is niet gedekt tegen diefstal op de inboedelverzekering. Op 28 augustus 2025 zijn er twee racefietsen...
(Kifid-uitspraak GC 2026-0554) De verzekeraar is niet verplicht WA-dekking stop te zetten tijdens een RDW-schorsing. De consument heeft via een tussenpersoon voor...
VVP 2-2026: leren van Kifid-uitspraken
(Uit Ken je vak! VVP 2-2026) Moet de bank waarschuwen bij stijgende rente? NAZORG – In 2019 sluit de consument een hypothecaire geldlening met een rentevastperiode...
(Kifid-uitspraak GC 2026-0528) Het polisblad is duidelijk over welke diensten en leveringen verzekerd zijn en kan daarover niet tot enig misverstand leiden. Na...
(Kifid-uitspraak GC 2026-0519) De consument heeft een ongeval gehad in een achtbaan van een attractiepark in Frankrijk en heeft daarbij lichamelijk letsel opgelopen....
(Kifid-uitspraak GC 2026-0489) . Omdat de consument 600 euro van de luchtvaartmaatschappij heeft teruggekregen bestaat er geen verder verlies dat door de gevolmachtigde...
(Kifid-uitspraak GC 2026-0487) Voor een vergoeding van bereddingskosten is vereist dat sprake is van direct dreigende schade. De consument heeft een beroep...
(Kifid-uitspraak GC 2026-0469) Een camper is geen camper als men er in woont en hem gebruikt als dagelijks vervoermiddel. Partijen discussiëren over de...



