Bank niet gehouden tot tussentijdse rentewijziging op basis van rentemiddeling

Kifid 2017 (deel logo)

Was Florius verplicht de consumenten een tussentijdse rentewijziging op basis van rentemiddeling aan te bieden? Kifid is van oordeel dat dat niet het geval is (uitspraak GC 2019-1078).

Naar het oordeel van de Geschillencommissie heeft “de Bank Consumenten duidelijk geïnformeerd dat een volgende rentewijziging op basis van rentemiddeling pas na 1 december 2026 mogelijk zou zijn. (…) Daarnaast heeft de Bank toegelicht dat het logisch is dat rentemiddeling in dezelfde rentevastperiode slechts één keer mogelijk is, omdat anders de in de rentemiddeling verwerkte vergoeding voor vervroegd aflossen teniet zou worden gedaan”.

Is de geldverstrekker op andere gronden verplicht om tussentijds een rentewijziging op basis van rentemiddeling aan te bieden? De Commissie vindt van niet: “De Bank heeft onweersproken gesteld dat rentemiddeling geen onderdeel is van de overeenkomst tussen partijen. Dit houdt in dat de Bank naar eigen inzicht voorwaarden aan rentemiddeling mocht stellen voor zover deze de grenzen van de redelijkheid en billijkheid niet te buiten gaan (artikel 6:248 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek). Hierbij is van belang dat er op het moment van de aanvraag van de rentemiddeling (15 november 2016) geen wettelijke vereisten waren voor rentemiddeling. Uitgangspunt bij de door de Commissie toe te passen beoordeling is dat de Mortgage Credit Directive (hierna: de MCD), die per 14 juli 2016 onder meer in het Burgerlijk Wetboek is geïmplementeerd, ziet op de berekening van de vergoeding bij vervroegde aflossing (boeterente) en niet van toepassing is op rentemiddeling (zie Geschillencommissie Kifid 2017-358). Datzelfde geldt voor de Leidraad ‘Vergoeding voor vervroegde aflossing van de hypotheek’ van de Autoriteit Financiële Markten, die aan de MCD invulling geeft (zie Geschillencommissie Kifid 2018-320). Per 1 juli 2019 is de regelgeving gewijzigd, maar de Commissie kan de rentemiddeling van 15 november 2016 daar niet aan toetsen (zie Geschillencommissie Kifid 2019-563).”

Reactie toevoegen

 
Meer over
Kifid matigt vergoeding adviseur

Kifid matigt vergoeding adviseur

(Kifid-uitspraak GC 2020-741) De verstrekte opdracht tot advies en bemiddeling ter zake de hypothecaire geldlening wordt vlak voor de afronding daarvan beëindigd....

Consument had fout adviseur eerder moeten ontdekken

Consument had fout adviseur eerder moeten ontdekken

(Kifid-uitspraak GC 2020-754) Consument en zijn partner hebben via een voorganger van adviseur in verband met een hypotheek een overlijdensrisicoverzekering afgesloten....

Niet aansprakelijk voor fouten eerdere adviseur

Niet aansprakelijk voor fouten eerdere adviseur

(Kifid-uitspraak GC 2020-735) Consument en zijn echtgenote hebben in 1995 via een assurantieadviseur een beleggingsverzekering afgesloten bij (een rechtsvoorganger...

Nicotinespray is ook rookwaar

Nicotinespray is ook rookwaar

(Kifid-uitspraak GC 2020-722) Consument stelt dat de door Reaal toegepaste korting van 25 procent op de uitkering onterecht is. Haar overleden echtgenoot rookte...

Voorlopige terugbetaalnota slechts indicatief

Voorlopige terugbetaalnota slechts indicatief

(Kifid-uitspraak GC 2020-705) Consument heeft op 16 september 2019 een voorlopige terugbetaalnota ontvangen van de geldverstrekker naar aanleiding van zijn verzoek...

Korting hoefde alleen berekend over premie

Korting hoefde alleen berekend over premie

(Kifid-uitspraak GC 2020-685) Tussen partijen is een geschil ontstaan over de korting op de doorlopende reisverzekering van consument, waarbij consument heeft aangevoerd...

Verzwaarde stelplicht geschonden

Verzwaarde stelplicht geschonden

(Kifid-tussenuitspraak GC 2020-683) Consument verwijt zijn tussenpersoon (SFZ Financiële Diensten) dat deze hem verkeerd heeft geadviseerd over zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering...

Zorgplicht geschonden maar geen schade

Zorgplicht geschonden maar geen schade

(Kifid-uitspraak GC 2020-665) Heeft de adviseur zijn zorgplicht jegens consument geschonden door onvoldoende zorg te betrachten bij de aanvraag van de ORV, waardoor...

Kifid: coöperatieve vereniging niet vergelijkbaar met VvE

Kifid: coöperatieve vereniging niet vergelijkbaar met VvE

Een coöperatieve vereniging is niet te vergelijken is met een Vereniging van Eigenaren (hierna: ‘VvE’), zoals genoemd in artikel 60 onder a in het...

Van de regen in de drup...

Van de regen in de drup...

(Kifid-uitspraak GC 2020-654) Consument doet een beroep op haar Inboedelverzekering bij NN vanwege waterschade. Doordat er veel tijd zit tussen de schade en het...